Kitzbüheler Alpen (februari 2008)

You are currently browsing the archive for the Kitzbüheler Alpen (februari 2008) category.

Eind januari en begin februari heerste er nogal onstuimig weer over de Alpen. Het sneeuwde vaak samen met enkele foehnepisodes die voor lawines zorgden. Geleidelijk keerde het mooie en stabiele weer terug met een standvastig hogedrukgebied boven het Europese continent. Maar de koude temperaturen dat dit met zich mee bracht “bevroren” de onstabiele sneeuwopbouw. Het hechtingsproces ging maar erg langzaam. Graag had ik een echte hoge sneeuwschoentrekking gemaakt, doorheen één van de hoogplateaus van de Oostelijke Alpen, het erg desolate Hagengebirge of het Steinernes Meer. Maar op het laatste moment ging alles nog de goede richting uit. Het sneeuwdek begon zich goed te hechten en de dag waarop ik vertrok daalde het lawinerisico onder 2000m, uitgegeven door de lawinedienst van Tirol zelfs van 2 naar 1. Zoals ik stilletjes al had zitten denken en hopen kon ik nu mijn meest gewaagde bestemming gaan aandoen, geen hoogplateau maar in plaats daarvan de Kitzbüheler Alpen.

De Kitzbüheler Alpen zijn gelegen in het oosten van Tirol en het westen van Salzburg in de Oostenrijkse Alpen. In het westen en noorden wordt het gebied begrenst door het Zillertal en de vallei van de Inn, in het zuiden en oosten door het dal van de Salzach en Saalach. Met de Kreuzjoch (2558m) als hoogste top vinden we hier nog geen hooggebergte terug. Het gebergte bestaat in hoofdzaak uit schiefer en leisteen. Wie wat van geologie afweet weet dat dit eerder ongewone gesteenten zijn in de Alpen, gesteenten die minder hard bestand zijn tegen erosie dan reguliere kalksteen of het metamorfe gesteente. Vandaar dat de Kitzbüheler Alpen zijn opgebouwd uit relatief zachte hellingen en brede open dalen. Dit maakt het een stuk geschikter om te sneeuwschoenen.

Omwille van dit weinig spectaculaire uitzicht van de Kitzbüheler Alpen wordt het gebied tijdens de zomer nauwelijks bezocht. De gemakkelijke paden en mooie uitzichten op de vergletsjerde Zillertaler Alpen en Hohe Tauern maken het in mijn ogen net wel interessant. Zeker voor gezinnen met kinderen bijvoorbeeld moet dit een paradijs zijn in de zomer. Tijdens de winter is het echter helemaal de tegenovergestelde wereld. Omdat de hellingen zo zacht zijn is het hier perfect om te tourskiën, zelfs voor de weinig ervaren skiër. Bij mooi weer en laag lawinerisico kan het lijken alsof half Oostenrijk in de Kitzbüheler Alpen ligt te skieën. Voor wie niet van drukte houdt (waaronder mezelf) kan dit een serieus minpunt zijn. Het pluspunt is wel dat je als arme sneeuwschoener dankbaar gebruik kan maken van de sporen uitgesleten door de tourskiërs.

Als je op sneeuwschoenen gaat vind ik persoonlijk dat je het meeste hebt aan een kort en smal model. Hiermee wordt je draagvlak uiteraard kleiner en kan je dieper weg zakken in de sneeuw, maar het grote voordeel krijg je op de hellingen, zeker als je dient te traverseren. Een stijgijzerklauw, een stijgstand en eventueel daalstand zijn zeker een must. Ik deed het met een TSL 325 Rando.

  • Gebruikt kaartmateriaal:
    • Alpenvereinskarte Nr. 34/1: Kitzbüheler Alpen west (1:50 000). De ideale kaart!

Lawinenlagebericht vom Donnerstag, den 14.02.2008, um 07:30 Uhr für Tirol

Überwiegend günstige Tourenverhältnisse

Lawinegefahr Kitzbuheler Alpen: Gering (1/5)

Beurteilung der Lawinengefahr

In den Tiroler Tourengebieten herrschen überwiegend günstige Tourenverhältnisse. Die Lawinengefahr ist unterhalb von etwa 2000m zumeist schon gering, oberhalb großteils mäßig. Gefahrenstellen liegen in sehr steilen, von Nordwest über Nord bis Nordost gerichteten Hängen oberhalb von 2000m. Eine Lawinenauslösung ist vor allem bei großer Zusatzbelastung möglich, also z. B. durch eine ganze Gruppe von Wintersportlern, die gleichzeitig in einen Hang einfährt. Etwas ungünstiger ist die Lawinensituation unverändert in den nördlichen und südlichen Ötztaler und Stubaier Alpen sowie den Tuxer und Zillertaler Alpen. Auf Grund des schlechteren Schneedeckenaufbaues können hier Lawinen auch innerhalb der Altschneedecke ausgelöst werden und daher größere Ausmaße erreichen.

Schneedeckenaufbau

Sonnseitig bildet sich an der Schneeoberfläche meist schon ein tragfähiger Harschdeckel, der tagsüber auffirnt. Typische Firnverhältnisse findet man zumeist aber nur in sehr steilen Süd- und Südosthängen unterhalb von etwa 2500m. Schattseitig sorgt die sehr trockene Luft in windberuhigten Lagen dafür, dass es immer noch trockenen, lockeren Pulverschnee gibt. In hochalpinen Lagen ist die Schneeoberfläche häufig stark vom Wind geprägt, abgewehte Flächen grenzen an triebschneegefüllte Bereiche. In den inneralpinen Regionen der nördlichen und südlichen Ötztaler und Stubaier Alpen sowie den Tuxer und Zillertaler Alpen ist unverändert der schlechte Schneedeckenaufbau zu beachten. Hier ist, bevorzugt in Höhenlagen von 1800m bis 2500m, zwischen härteren Krusten lockerer, bindungsloser Schwimmschnee eingelagert, der als Lawinengleitfläche in Betracht kommt.

Alpinwetterbericht der ZAMG-Wetterdienststelle Innsbruck

Ein kräftiges Hochdruckgebiet mit Kern über den Britischen Inseln bestimmt weiterhin das Wetter in Mitteleuropa. Am Freitag stößt über Osteuropa Kaltluft gegen Süden vor, die Tirol nur am Rande streifen wird. Auf den Bergen gibt es auch heute tiefblauen Himmel, Sonnenschein und in der Höhe für jegliche Art von Wintersport angenehme Temperaturen. Zu Mittag liegt die Nullgradgrenze um 2000m, auch der Wind ist nur eine Nebensache. Temperatur in 2000m um 0 Grad, in 3000m um -6 Grad. Höhenwind: Leichter bis mäßiger Nordostwind.

Tendenz

Unverändert günstige Tourenverhältnisse.

(Bron: www.lawine.at)

Afstand: 18.5km
Duur: 7h50
Klimmen: 1800m
Dalen: 590m

Bergtoppen: Feldalphorn (1923m), Schwaigberghorn (1990m), Breiteggern (1981m), Wildkarspitze (1961m), Breiteggspitze (1868m), Hengstkogel (1803m)

Na een nachtje autoslapen op de Duits-Oostenrijkse grens rij ik ‘s ochtends nog het laatste stukje door Tirol de Kitzbüheler Alpen in. Het weer staat alvast op stralende zonneschijn, iets wat bijna een constante zou moeten worden komende vijf dagen. Warm is het echter niet. Vanaf Hopfgarten im Brixental (622m) ligt er al sneeuw hier beneden in de dalen. Te Innerkelchsau (817m) in het Kelchsautal parkeer ik de auto vlak naast de bushalte. Er is geen ander alternatief om te parkeren en verder het dal in wordt er tol geheven op de doodlopende weg. Er ligt zo’n 30cm sneeuw in het dal, maar op plekken waar de zon goed aan kan tegen de dalwanden is hij toch hier en daar verdwenen. De nieuwsgierige bewoners van het huis aan de overkant beginnen te gapen wanneer ik mijn rugzak helemaal vertrekklaar maak. Het duurt wat langer dan gewild want verdomme, zo’n spiksplinternieuwe volumineuze winterslaapzak geraakt blijkbaar nog niet door het ondervak de rugzak in. Manlief komt buiten eens prullen aan zijn wagen alsof het niet opvalt dat hij meer naar mij loert dan naar zijn handen en vrouwlief begint de ruiten te wassen met tussendoor lange kijkpauzes. Wat later zit ze te bellen. Zeker weten dat heel het dorpje nog voor deze avond al weet dat er een Belg zijn auto aan de bushalte geparkeerd heeft staan… en goed mogelijk die Polizei ook.

FeldalphornOver de autoweg loop ik in nog geen vijf minuten terug naar het hoofddorp Kelchsau (790m). Hier begint de klim naar de Feldalphorn (1923m). Over een forstweg loopt het meteen zigzaggend matig omhoog afwisselend doorheen woud en almweiden. Hier en daar ligt er een ijslaag op de weg en is het oppassen geblazen. Aan de Höhenbrandalm (1305m) zitten al enkele skiërs op het terrasje van hun schnaps te genieten. Het is ondertussen aangenaam warm in de brandende zon. De alm ligt net naast de kleine lokale skipiste. Deze loop ik nu ook even op omhoog, goed langs de kant blijvend voor de skiërs, maar veel wordt er alvast niet geskied vandaag. Dat gaat een stuk vlotter dan over het nog ongeschonden zomerpad tussen de bomen. Een eind hogerop verlaat ik de skipiste en loop over een route die al plat gegleden is door tourskiërs langzaam omhoog door mooi met sneeuw bekleed naaldbos. Na een steil stukje kom ik dan aan de boomgrens terecht. De Feldalphorn (1923m) lonkt nu voor me. Ik betreed zijn noordoostgraat en loop dan over de graat verder naar de berg. Het laatste stukje naar de top kan ik niet rechtstreeks overbruggen. Dus volg ik de sporen van de tourskiërs verder door een traversée te maken langs de noordflank. En dit loopt al meteen niet zo fantastisch. Op de veel te steile helling word ik genoodzaakt mijn veel te brede sneeuwschoenen uit te doen en op de schoenen verder te traverseren. Twee maal zak ik tot bijna mijn kruis in de sneeuw weg en dien ik me met al mijn mankracht weer uit de sneeuw te sleuren. Maar dan sta ik op de noordwestgraat en loopt het over een door de wind bewerkte dunne harde sneeuwlaag moeiteloos naar de top.

Op de Feldalphorn vertrekt net een Oostenrijks bejaard koppel met hun ski’s. Twee vriendinnen houden de middagpauze aan het topkruis. Ik begin net met hetzelfde. Wanneer ze hun ski’s weer aanbinden en op weg vertrekken over de kam naar Schwaigberghorn (1990m) ben ik een paar minuten nadien ook net klaar. Ik bind mijn sneeuwschoenen aan en zet de achtervolging in. Eens kijken wat nu het snelste is als er niet lang afgedaald dient te worden, sneeuwschoenen of toerski’s? Nog voor halfweg op de kam heb ik ze al bij gebeend. Blijkbaar zijn sneeuwschoenen toch zeker niet trager, al merk ik meteen dat onze meiden hun conditie een stukje minder is dan die van mij wanneer het steiler omhoog gaat op de noordflank van Schwaigberghorn. Ik volg hen langzaam naar boven tot de top waar ik niet veel later afscheid van hen neem.

SchafsiedelDe hele namiddag wordt voorts gevuld met verder zuidwaarts lopen over de 5km lange bergkam tot op de Siedeljoch (1689m), een mooie route die ondanks veel op en af en nabij Breiteggern (1981m) wat voorzichtigheid met sneeuwcorniches, uiterst geschikt is voor sneeuwschoeners. Op de Siedeljoch wordt er dan eerst een klein stukje afgedaald om dan weer te klimmen naar de bijna ingesneeuwde Gressensteinalm (1805m). Ondertussen ben ik geen kat meer tegen gekomen en gaat de zon wat later onder. Een mooie oranje gekleurde bergkam levert dat op achter de Siedeljoch. Ik voel dat er een einde aan moet komen voor vandaag. Op sneeuwschoenen lopen vraagt zeker de eerste dag toch behoorlijk wat extra krachten. Toch zet ik nog door want ik wil persé mijn akto boven de 2000m-grens neerpoten. De laatste meters begin ik te strompelen. Als ik zo nog een uur zou verder gaan ben ik de uitputting nabij. Het is al behoorlijk donker wanneer ik op een vlakke plek op 2030m in de weidse dalnis aan de voet van de Gressenstein (2216m) mijn Akto recht zet in de sneeuw.

Thuis had ik hem voor alle zekerheid voor vertrek nog eens opgezet in de tuin. Ik realiseerde me dat het al van de GR57-tocht met Luk vorig jaar in mei geleden was dat ik nog in mijn Akto had geslapen. Ik merk dat de sneeuw nu veel losser is dan vorig jaar in het Totes Gebirge. Ik dien de sneeuw toch wat aan te stampen om alles met de zelfgemaakte houten sneeuwpiketten goed vast te zetten. Mijn sneeuwschoenen en Leki’s doen ook hun werk als verankering.

En dan is het compleet nacht buiten wanneer ik het buitenzeil achter me dicht rits en mijn gloednieuwe slaapzak in kruip. Meteen leg ik de thermometer uit en begin met de bereiding van het avondmaal. Zowel op de binnentent als de buitentent zet zich al snel een behoorlijk laagje ijskristallen neer door mijn adem en gekook. Er blaast af en toe een windje buiten en daarom had ik de ventielatiesleuven dicht geritst. Geen zin om ze weer open te zetten. Na het eten kruip ik volledig in het dons. Een laatste blik op de thermometer laat me -8°c zien. Slaapwel.

Lawinenlagebericht vom Freitag, den 15.02.2008, um 07:30 Uhr für Tirol

Meist günstige Tourenverhältnisse

Lawinegefahr Kitzbüheler Alpen: Gering (1/5)

Beurteilung der Lawinengefahr

In den Tiroler Tourengebieten herrschen unverändert überwiegend günstige Tourenverhältnisse. Die Lawinengefahr ist unterhalb von etwa 2000m schon meist als gering einzustufen, oberhalb überwiegend als mäßig. Gefahrenstellen befinden sich dabei in steilen, von Nordwest über Nord bis Nordost gerichteten Hängen oberhalb von 2000m. Eine Lawinenauslösung ist aber zumeist nur bei großer Zusatzbelastung möglich, also etwa durch eine ganze Gruppe von Skifahrern, die gleichzeitig in einen Hang einfährt. Nach wie vor etwas ungünstiger ist die Lawinensituation auf Grund des schlechteren Schneedeckenaufbaues in den nördlichen und südlichen Ötztaler und Stubaier Alpen sowie in den Tuxer und Zillertaler Alpen. Hier können Lawinen innerhalb der Altschneedecke ausgelöst werden und dadurch auch größere Ausmaße erreichen.

Schneedeckenaufbau

Sonnseitig ist die Schneeoberfläche zumeist tragfähig verharscht und firnt je nach Sonneneinstrahlung im Tagesverlauf auf. Schattseitig findet man in windberuhigten Lagen noch immer lockeren Pulverschnee. Hochalpin ist die Schneeoberfläche aber zumeist stark vom Wind geprägt: abgewehte oder hartgepresste Flächen liegen oft dicht neben eingewehten und triebschneegefüllten Geländebereichen. Unverändert zu beachten ist, dass der Schneedeckenaufbau in den inneralpinen Regionen, also in den nördlichen und südlichen Ötztaler und Stubaier Alpen sowie in den Tuxer und Zillertaler Alpen ungünstiger ist als im übrigen Tirol. Hier ist vor allem in den Höhenlagen von etwa 1800m bis 2500m zwischen härteren Krusten bindungsloser Schwimmschnee eingelagert, der als mögliche Lawinengleitfläche in Betracht kommt.

Alpinwetterbericht der ZAMG-Wetterdienststelle Innsbruck

Am Ostrand des Hochs über der Nordsee strömt vorübergehend kalte und in tiefen Schichten feuchte Luft von Norden zu den Alpen. Anschließend festigt sich der Hochdruckeinfluss wieder über das Wochenende hinaus. Vom Karwendel ostwärts bis zu den Loferer Steinbergen geraten heute die Gipfel tagsüber zum Teil in Wolken, die wenigen Schneeflocken bringen aber keinen Neuschneezuwachs. Ansonsten bleiben die höheren Gipfel in den Nord- und Zentralalpen wolkenfrei. An der Alpensüdseite gering bewölkt. Temperatur in 2000m um -5 Grad, in 3000m um -9 Grad. Höhenwind: Mäßiger Nordwind.

Tendenz

Unverändert günstige Tourenverhältnisse.

(Bron: www.lawine.at)

Afstand: 19.0km
Duur: 8h50
Klimmen: 1650m
Dalen: 1230m

Bergtoppen: Gressenstein (2216m), Großer Beil (2309m), Schafsiedel (2447m)

Bivak GressensteinIk heb me bijna kapot gezweet deze nacht in mijn nieuwe slaapzak. -11°c is het in de binnentent wanneer ik gewekt word. Ik ontbijt en maak me klaar. Buiten laat het weer zich van een andere kant zien. Uitgebreide velden altocumulus drijven in de noordelijke luchtstroming over de bergtoppen en bedekken meestal de zon, bewolking die samenhangt met de restanten van een koufront dat zo dadelijk tegen de Alpennoordrand zal opbotsen en voor heel wat vocht zal zorgen in de vorm van geblokkeerde lage wolken in de dalen. Allemaal niet zo erg. Maar het mooie is dat ik thuis al had gezien op de uitvoer van een weermodel dat de temperatuur op 850hPa (ongeveer 1500m) met deze frontpassage tijdelijk mooi zou gaan zakken van -7°c deze ochtend naar -15°c volgende nacht. Dat gaat straks gegarandeerd een plezante nacht opleveren.

Ingepakt zet ik koers naar de top van Gressenstein (2216m). Het laatste stuk naar de top loopt eenvoudig in grote zigzags verder. Ik volg namelijk gewoon in de stijgsporen van de tourskiërs. Een frontale blik op Galtenberg (2424m) aan de overkant van het Alpbachtal en een doorkijk tot de Tuxer Alpen is het voornaamste dat ik te zien krijg op de top.

Ik beslis om niet af te dalen, maar de kam naar het noorden proberen te vervolgen tot op Großer GaltenbergBeil (2309m). Het loopt absoluut niet snel. Meermaals dien ik mijn sneeuwschoenen uit te doen om stukken rotsgraat te overbruggen om ze dan weer aan te trekken om niet meters diep door de sneeuw te zakken. Een heel stuk verder kom ik dan weer op tourskisporen terecht en kom ik gemakkelijk op de top van Großer Beil (2309m). Het uitzicht is best de moeite, ook al liggen er niet bepaald veel hoge toppen in de buurt. De zon is ondertussen ook weer van de partij.

De afdaling van de berg loopt weer erg gemakkelijk. Onder de Gressensteinalm (1805m) klim ik weer naar de Siedeljoch (1689m) en zoek dan een weg om af te dalen naar de Erlauer Hütte (1213m) in de bodem van het dal. Ik vind geen route. Blijkbaar zijn er hier nog geen tourskiërs naar boven of beneden gegaan. De almhelling wordt redelijk steil, zo’n 30°, maar toch loop ik schuin voort naar beneden door de losse sneeuw. Een eind lager kom ik op een forstweg uit die ik het bos in volg. De weg zakt maar langzaam het dal in via lange saaie serpentinen. Buiten sporen van herten in de sneeuw valt er dus niet veel te zien. En dan arriveren de lage wolken ook nog eens en in geen half uur tijd vult het dal zich op met een grijs wolkendek. Een tijdje loop ik door de mist.

GressensteinNa de middagpauze onder een overhangende rots daal ik het laatste stuk af tot op de bodem van het dal. De Erlauer Hütte (1213m) is maar een jachthut. Ik begin weer te klimmen door achter de hut een stijgende forstweg in te slaan. Een eindje verder steek ik de Frommbach over waar het water onder dikke platen ijs onderdoorstroomt. Vervolgens volg ik weer de stijgsporen van een tourskiër naar boven over de almweiden onder de Neuhögenalm (1527m). Het duurt niet lang voor ik weer de mist in duik. Hogerop loopt het zigzaggend redelijk steil omhoog naar de rug van de westgraat van Schafsiedel (2447m). Op deze top wil ik vandaag nog geraken om hopelijk daar ergens op of naast de top te kunnen bivakkeren. Op de graat klim ik zonder me nog wat aan te trekken van de tourskisporen verder. Niet veel hoger verschijnen de scherpe contouren van de rand van de zon in de wolken en het duurt niet lang of ik krijg blauwe lucht boven me met een zee van lage wolken beneden. Ik ben doorheen heel het wolkendek uit gestegen en krijg als cadeau een prachtig bergpanorama voorgeschoteld. Overal met uitzondering van de noordhoek priemen eilandjes met bergen uit de wolkenzee.

SchafsiedelNet voor ik de top bereik zakt de zon weg achter de horizon. Enkele toppen van drieduizenders in de Hohe Tauern kleuren nog voor enkele minuten mooi rood. Toch blijf ik niet te lang stil staan om van het moois te genieten. Ik heb niet de kleding bij me om me al stilstaande warm te houden bij deze temperaturen en voel dat ik in beweging moet blijven om geen nare toestanden te krijgen. Er staat een behoorlijk krachtige wind op de graat. Op de top van Schafsiedel (2447m) vind ik al snel een mooie plek om de akto recht te poten in de sneeuw. Dat doe ik zo snel ik maar kan. Waarom zijn donsjassen toch zo duur? Wanneer hij recht staat wil ik nog enkele foto’s nemen en dat levert in nog geen tien seconden tijd verkleumde vingers op. Die handschoenen had ik maar beter aan gelaten. Verbaasd hoe snel het allemaal kan gaan bij strenge vorst en een beetje wind. Vlug schep ik nog een plastieken zak vol met sneeuw voor de avondmaaltijd om dan regelrecht de slaapzak in te duiken.

De binnentent is stijf bevroren door het vocht in de stof van voorbije nacht. ZonsondergangHet sneeuw smelten loopt vlot, het pakje adventure food naar binnen krijgen wat minder. Buiten waait het bij momenten stevig. Rukwinden razen al fluitend langsheen de tent en af en toe hoor ik ze wat stuifsneeuw tegen de tent gooien. Maar ik kan al snel gaan slapen. Alvorens ik mijn hoofdlamp doof lees ik nog -15°c af op de thermometer in de binnentent.

Lawinenlagebericht vom Samstag, den 16.02.2008, um 07:30 Uhr für Tirol

Günstige Tourenverhältnisse

Lawinegefahr Kitzbüheler Alpen: Gering (1/5)

Beurteilung der Lawinengefahr

In den Tiroler Tourengebieten herrschen unverändert günstige Tourenverhältnisse. Die Lawinengefahr ist unterhalb von etwa 2200m zumeist schon als gering, oberhalb als mäßig inzustufen. Gefahrenstellen liegen in sehr steilen, von Nordwest über Nord bis Nordost gerichteten Hängen oberhalb von etwa 2200m. Lawinen können dabei am ehesten an den Übergängen von wenig zu viel Schnee ausgelöst werden. Etwas ungünstiger bleibt die Situation in den nördlichen und südlichen Ötztaler und Stubaier Alpen sowie den Tuxer und Zillertaler Alpen. Hier können Lawinen auf Grund des schlechteren Schneedeckenaufbaues noch tiefer in der Altschneedecke ausgelöst werden und dadurch vereinzelt auch größere Ausmaße erreichen.

Schneedeckenaufbau

Sonnseitig ist die Schneedecke oberflächlich häufig schon tragfähig verharscht und firnt untertags auf. Guten Firn findet man aber meist nur in steilen Süd- und Südosthängen unterhalb von etwa 2500m. Schattseitig liegt in windberuhigten Lagen oft noch trockener Pulverschnee, während die Schneeoberfläche hochalpin überwiegend vom Wind geprägt ist: abgewehte oder hartgepresste Flächen grenzen an eingewehte und triebschneegefüllte Rinnen und Mulden. Zu beachten ist der schlechte Schneedeckenaufbau in den inneralpinen Regionen: in den nördlichen und südlichen Ötztaler und Stubaier Alpen sowie den Tuxer und Zillertaler Alpen findet man vor allem in der Höhenlage von etwa 1800m bis 2500m sehr lockeren, bindungslosen Schwimmschnee zwischen härteren Schichten eingelagert, die als mögliche Lawinengleitflächen in Frage kommen.

Alpinwetterbericht der ZAMG-Wetterdienststelle Innsbruck

Ein Hoch verlagert sein Zentrum von der Nordsee in Richtung Deutschland. Es wird in den nächsten Tagen für eine sonnige und stabile Witterung verantwortlich sein. Auch heute bestes Wintersportwetter: Auf den Bergen bietet sich eine Fernsicht über 100 km. Beginnend mit heute findet eine langsame und stetige Frostabschwächung bis Dienstag statt. Temperatur in 2000m zwischen -10 bis -8, in den höheren Tälern um -12 Grad, in 3000m zwischen -14 bis -10 Grad. Höhenwind: Schwacher bis mäßiger Ostwind.

Tendenz

Weiter günstige Tourenverhältnisse.

(Bron: www.lawine.at)

Afstand: 13.5km
Duur: 8h50
Klimmen: 910m
Dalen: 1260m

Bergtoppen: Schafsiedel (2447m), Aleitenspitze (2449m), Schwebenkopf (2354m), Punt 2393m, Fünfmandling (2403m), Dristkopf (2361m)

-17°c is het verdict. Langs de ene kant gelukkig maar dat het zo koud is want nu heb ik tenminste niet meer liggen zweten in mijn slaapzak. Langs de andere kant moet ik er zo dadelijk wel uit zien te geraken en mijn lijf in de kou gooien. Uiteraard blijf ik nog zo lang ik kan in de slaapzak. Na het ontbijt trek ik dan mijn kleren aan en duik de slaapzak uit. Mijn schoenen staan mooi warm. Heerlijk om steeds elke ochtend in schoenen van 20°c te kruipen. Sinds wat ik heb meegemaakt in het Totes Gebirge neem ik ze steeds mee de slaapzak in, gewikkeld in een plastiek zak.

SchafsiedelBuiten schijnt de laagstaande zon al volop. Ze maakt toch al veel goed in deze bittere kou. Snel pak ik mijn boeltje in en bezoek dan nog even het topkruis van Schafsiedel (2447m) een dertig meter van de bivakplek. Het lage wolkendeken in de dalen is nog steeds present.

Dan neem ik mijn rugzak op de rug en trek over de kam voort naar de top van Aleitenspitze (2449m). Hier krijg ik een duidelijk uitzicht over het open dal in het oosten en de bergen in het zuiden. Niet goed wetende wat ik vandaag nu juist zou gaan uitrichten ga ik er even bij zitten op de top van de Aleitenspitze en tuur wat rond met de kaart in de hand. De blik op het vervolg van de bergkam over Schwebenkopf (2354m) en Fünfmandling (2403m) naar de dubbel getopte Salzachgeier (2469m) doet me al snel beslissen om even af te dalen naar de Roßwildalm en van daaruit opnieuw de bergkam op te zoeken en deze toppen te beklimmen. Hopelijk kan ik heel de kam over lopen, maar zeker ben ik er niet van.

Tijdens het afdalen over de oostgraat van Aleitenspitze komen er een paar gemzen in het vizier. Ze staan verzameld te zonnen op de zuidflank van een secundaire top verder op de kam. Natuurlijk heeft er één me meteen gezien en het duurt niet lang of er wordt een vluchtactie op touw gezet. Meteen verschijnt er een hele familie van achter de helling. Met zijn zeven nemen ze de benen naar beneden. Onbegrijpelijk hoe die beesten met hun dunne hoeven zo snel over het sneeuwdek kunnen stormen en toch maar niet diep in de sneeuw zakken.

Wanneer ik op het tussencolletje aan kom verschijnt er plots een gemzenjong. Waarschijnlijk gaat hij straks zijn eerste verjaardag vieren. Een beetje angstig door mijn aanwezigheid loopt hij een uitkijkpunt op en zie ik dat hij de groep mamma’s beneden heeft gezien. Vervolgens maakt hij het welgekende blaasgeluid waarop plots één voor één nog zeven andere gemzenjongen aarzelend verschijnen. De kroost heeft zich een beetje laten verassen. De jonge leider neemt het initiatief en zet de achtervolging naar de volwassen groep in, achternagezeten door zijn leeftijdgenootjes. Ondertussen ben ik heel de tijd stil blijven staan staren naar dit mooie schouwspel, zo mooi dat ik mijn fototoestel gewoon was vergeten.

Wanneer de hele gemzenfamilie beneden verenigd is daal ik verder af naar beneden, de kam verlatend. De gemzen beginnen steil omhoog te klimmen naar de kam tussen Aleitenspitze en Schwebenkopf om een tijdje later de kam over te steken en uit het zicht te verdwijnen. Wanneer ik over hun vluchtsporen loop stop ik eens even om alles te bestuderen. De afdrukken van hun hoeven liggen maar een tien centimeter diep in de sneeuw. Hoe kan dat toch? Als ik nu eens gemzenhoeven onder mijn voeten had in de plaats van grote lompe sneeuwschoenen…

De Roßwildalm over loop ik via een stijgspoor van een tourskiër weer zigzaggend de oostgraat van Schwebenkopf (2354m) op. Na een eenvoudige voortzetting op de graat sta ik al weer snel op de Fünfmandlingtop. Over de brede kam zet ik verder door naar het zuiden tot ik aan de voet sta van een naamloze bergtop (2393m). De rotsige helling loopt steil omhoog. Er ligt slechts een dun laagje sneeuw op van hoogstens enkele centimeter met hier en daar schaars gras dat er doorheen priemt. Ik beslis om de rugzak en sneeuwschoenen hier aan de voet achter te laten en eerst eens op verkenning verder te gaan. Nog geen half uur later sta ik alweer terug aan de rugzak. Bijna tot aan de voet van Fünfmandling gekomen na toch wel spannende stukjes op de kam, maar het leek me zeker te doen met mijn rugzak.

Dus neem ik mijn rugzak weer op met mijn sneeuwschoenen aan de zijkanten opgebonden, beklim al zigzaggende de noordflank van de naamloze berg waarbij ik voorzichtig groeven dien te stampen in de dunne harde sneeuw en sta dan op de naamloze top voor het verdere luchtige graatverloop. Oppassend voor overhangende sneeuwcorniches loop ik verder en passeer even een moeilijke rotspassage waar ik me goed dien vast te klampen aan houvastgroeven op de rotsen met de handen. Maar dan wordt de kam meteen breed en sta ik niet veel verder aan de voet van Fünfmandling (2403m). Weer laat ik de rugzak achter en beklim de berg. De sneeuw is meestal hard en bijna verijst zodat het vooral een stampgebeuren wordt tot de top. Vijf grote steenmannen staan er op de top van Fünfmandling, vandaar komt ook de naam van de berg. Steinmandl zegt men hier namelijk tegen een steenman.

Beneden aan de rugzak houd ik de middagpauze in de brandende zon. Ondertussen zijn er twee tourskiërs naar de top gegaan waarbij ik hen nog net zie sukkelen met hun ski’s op de harde sneeuw. Ze hadden beter hun latten uit gedaan op de col.

Tijdens de namiddag daal ik verder af naar het almendoolhof ten oosten van Fünfmandling. Op de oostgraat van Salzachgeier beslis ik dan om toch verder af te dalen en deze top maar te laten voor wat hij is. Er is niet veel moois aan. Heel de berg is plat geskied.

SchwebenbodenVia de Schwebenboden (2052m) trek ik door naar de Salzachjoch (1983m) op de grens met Tirol en Salzburg. De joch overgestoken klim ik over tourskisporen voort naar de Nadernachjoch (2100m), een brede col tussen Dristkopf (2361m) en Kröndlhorn (2444m). Het is nog vroeg wanneer ik op de col aankom. De top van Dristkopf lijkt nog een cafetaria. Ik zie een hele troep mensen aan het topkruis staan. Met Kröndlhorn lijkt net hetzelfde aan de hand te zijn. Ik beslis om de tent al maar op te zetten en straks wanneer de tourskiërs weer braafjes naar beneden afdalen Dristkopf te gaan beklimmen.

Wanneer de tent recht staat komen onze Oostenrijkers allemaal één voor één in kleine groepjes naar beneden geskied. Ik wacht nog even en vertrek dan op weg. De oostelijke flank van Dristkopf is echt niet om aan te zien. Het lijkt wel een verlaten drukke skipiste. Maar kom, ik troost me maar met het idee dat het uitzicht van op de top slechts datgene is wat telt.

AleitenspitzeEn dat uitzicht maakt inderdaad veel goed. Vooral de Hohe Tauern met Großvenediger (3662m) zo schijnbaar dicht bij, zijn mooi te bewonderen van op deze top. De laagstaande zon creëert nog eens een mooi contrast tussen de bergen en de lucht. Nog voor zonsondergang daal ik weer af naar mijn tentje en zie onderweg de laatste zonnestralen de top van Großvenediger (3662m) rood kleuren. Het is alweer nacht wanneer ik sneeuw smelt in de tent voor het avondmaal en wanneer dat avondmaal op is begint weer de nachtrust, dit maal bij -11°c.

Lawinenlagebericht vom Sonntag, den 17.02.2008, um 07:30 Uhr für Tirol

Verbreitet geringe Lawinengefahr

Lawinegefahr Kitzbüheler Alpen: Gering (1/5)

Beurteilung der Lawinengefahr

In den Tiroler Tourengebieten herrschen günstige Verhältnisse mit verbreitet geringer Lawinengefahr. Einzelne Gefahrenstellen befinden sich noch in sehr steilen, von Nordwest über Nord bis Nordost gerichteten Hängen oberhalb von etwa 2200m. Am ehesten kann man dabei an den Übergängen von wenig zu viel Schnee eine Lawine auslösen. In den inneralpinen Regionen ist der Schneedeckenaufbau etwas schlechter, hier können Lawinen noch innerhalb der Altschneedecke ausgelöst werden.

Schneedeckenaufbau

Sonnseitig ist die Schneeoberfläche meist tragfähig verharscht und firnt untertags auf. Idealen Firn findet man dabei an steilen, von Süd bis Südost gerichteten Hängen. Schattseitig ist die Schneeoberfläche in windberuhigten Lagen dagegen oft noch trocken und pulvrig. In hochalpinen Lagen ist der Windeinfluß in Form abgewehter oder hartgepresster Flächen spürbar. Inneralpin ist der Schneedeckenaufbau etwas schlechter, hier findet man zwischen härteren Krusten immer noch lockeren, bindungslosen Schwimmschnee.

Alpinwetterbericht der ZAMG-Wetterdienststelle Innsbruck

Ein Hoch erstreckt sich von Nordafrika über Mitteleuropa bis nach England. Es wird auch in den nächsten Tagen das Wetter im Alpenraum gestalten. Auch heute optimales Wintersportwetter infolge der Frostabschwächung und der ausgezeichneten Fernsicht. Die Windverhältnisse sind ebenfalls günstig. Temperatur in 2000m zwischen -7 bis -3 Grad, in 3000m um -8 Grad. Höhenwind: Schwacher, auf höheren Bergen mäßiger Nordostwind.

Tendenz

Gute Tourenverhältnisse mit geringer Lawinengefahr.

(Bron: www.lawine.at)

Afstand: 11.0km
Duur: 4h30
Klimmen: 850m
Dalen: 670m

Bergtoppen: Kröndlhorn (2444m), Stanglhöhe (2276m)

Het is half twaalf wanneer ik op weg vertrek. Deze ochtend weer zo vast geslapen dat ik mijn wekker in de slaap moet hebben af geduwd. Het overkomt me wel vaker. Snikheet was het in de tent toen ik wakker werd. Een zon die frontaal op de akto scheen moet goed zijn geweest voor een temperatuurverschil van meer dan 35 graden tussen tentlucht en buitenlucht. ’t Was eens iets anders deze ochtend.

DristkopfIk vertrek op weg naar de Kröndlhorn (2444m). Het eerste groepje tourskiërs is er ook al en bereikt al een eind voor me de top. Onder de rotsformaties van de top laat ik de rugzak en sneeuwschoenen achter en loop over steile sneeuw een couloir in. Deze klim ik door over duidelijke sporen tot op de topgraat. Niet veel later sta ik al op de top.

Weer een yesti wanneer ik van de top kom wanneer een solo tourskiër me kruist. Weer bij de rugzak neem ik meteen mijn spullen weer op en begin met de lange afdaling tot dicht bij de Neue Bamberger Hütte (1761m). Beneden in het dal loopt het over een autostrade aan skisporen verder. Helemaal tot aan de hut daal ik niet af, maar alvorens ze in zicht komt sla ik links af om weer kort te klimmen tot aan de Unterer Wildalmsee (1937m). Het meer is natuurlijk dichtgevroren met nog een pak sneeuw op Dristkopfhet ijs er bovenop. Ik houd de middagpauze terwijl af en toe enkele tourskiërs voorbij komen geskied van Schafsiedel of Aleitenspitze. Dan trek ik weer op pad. Achter het meertje trek ik de Manzenkar in, het steile dalhoofd boven de Manzenkaralm. Hier traverseer ik de helling verder op weg naar de voet van Stanglhöhe (2276m), de berg die ik als einddoel voor vandaag heb aangeduid. Onderweg nog twee tourskiërs die me kwamen toe geskied. Het is vader met dochterlief. Na de gebruikelijke yesti begint ze me uit te vragen. Ik vraag al maar meteen om in het Engels verder te gaan want dat Tiroler gefladder klinkt toch nog wat anders dan dat Duits dat ze me op de middelbare schoolbanken ooit hebben proberen erin te rammen. Vader staat er als pietsnot bij en trekt zijn dochter al snel mee. Dan komt een mens eens Heidi in Tirol tegen…

GroßvenedigerStanglhöhe (2276m) is uiteraard ook al vrij druk beskied geworden, hoewel dit een berg is die de tourskiërs minder snel zouden uitkiezen zou je denken. Ach, het is gewoon veel te mooi weer deze dagen en dan trekt half Oostenrijk met zijn ski’s naar de Kitzbüheler Alpen. Over de sporen zigzag ik naar de top. Tourskiërs zijn er ondertussen niet meer. Boven verken ik eerst de topgraat en zet dan de Akto recht tussen de rotsen, beschut tegen de wind. Daarna is het in spanning wachten op de zonsondergang. Er hangen veel sluierwolken, maar toch kleuren de Hohe Tauern op het allerlaatste moment nog rood, inclusief Großglockner (3798m) in de verte. Wanneer de zon onder is krijg ik nog een fraai zicht op de bergen. De hoge wolken, nog net beschenen door de zon vangen mooie kleuren, terwijl de bergen al in de opkomende duisternis zijn gehuld.

Großvenediger’s Avonds in de Akto merk ik duidelijk dat het niet meer zo koud is. Wanneer ik ga slapen is het nog slechts -8°c. Ik trek mijn slaapzak al maar niet helemaal dicht of ik ga me weer aan diggelen zweten.

Lawinenlagebericht vom Montag, den 18.02.2008, um 07:30 Uhr für Tirol

Meist geringe Lawinengefahr

Lawinegefahr Kitzbüheler Alpen: Gering (1/5)

Beurteilung der Lawinengefahr

Im freien Skigelände herrschen weiterhin meist günstige Verhältnisse bei geringer Lawinengefahr. Etwas ungünstiger ist die Situation nur noch in den Stubaier, Ötztaler, Tuxer und Zillertaler Alpen sowie im südlichen Osttirol, wo die Lawinengefahr oberhalb etwa 2100m noch als mäßig eingestuft werden muss. Gefahrenstellen finden sich dabei vor allem noch in sehr steilen von NW über N bis ONO gerichteten Hängen, vermehrt in bisher selten begangenen Gebieten bis etwa 2600m hinauf. Durch den schlechteren Schneedeckenaufbau können dort Lawinen noch durch große Zusatzbelastung, an schneeärmeren Stellen auch durch geringe Belastung ausgelöst werden. Ansonsten finden sich kleinräumige Gefahrenstellen noch im extrem steilen, schattigen und kammnahen Gelände in hohen sowie hochalpinen Lagen in Form von Triebschneeansammlungen. Vereinzelt können noch Gleitschneelawinen auf steilen Wiesenhängen beobachtet werden.

Schneedeckenaufbau

Das schöne, kalte und sehr trockene Winterwetter führt zu einem fortschreitenden Spannungsabbau der Schneedecke. Härtere, ältere Triebschneepakete in den inneralpinen Regionen sowie im südlichen Osttirol, welche auf einem lockeren Schwimmschneefundament lagern, werden dadurch ebenso immer lockerer. Vereinzelt kann dies zu einer kurzfristig erhöhten Störanfälligkeit führen, meist bedingt dies jedoch zunehmend günstigere Verhältnisse. Die Schneeoberfläche ist in sehr steilen sonnenbeschienen Hängen meist hart und firnt im Tagesverlauf zumindest in windgeschützten Bereichen auf. Vereinzelt findet sich in weniger steilen Hängen Bruchharsch, in flachen Hängen sowie schattseitig immer noch Pulverschnee bzw. eine lockere, aufbauend umgewandelte Schneeoberfläche.

Alpinwetterbericht der ZAMG-Wetterdienststelle Innsbruck

Herrliches Freizeitwetter auch zu Beginn der zweiten Semesterferienwoche. Alle Wintersportler werden in Tirols Bergen mit viel Sonnenschein verwöhnt. Die Nullgradgrenze liegt am Arlberg bei 1900m, in den Hohen Tauern bei 1500m. Der Wind ist nur in den hohen Gebirgsregionen des Alpenhauptkamms merklicher zu spüren. Temperatur in 2000m -2 Grad, in 3000m -6 Grad. Mäßiger, in den östlichen Regionen zeitweise lebhafter Nordwestwind.

Tendenz

Weiterhin meist günstige Verhältnisse.

(Bron: www.lawine.at)

Afstand: 26.5km
Duur: 8h30
Klimmen: 1170m
Dalen: 2630m

Bergtoppen: Steinbergstein (2215m), Ramkarkopf (2062m), Wiesboden (1947m), Lodron (1925m)

Vandaag de laatste dag, nog een lange dag want ik wil niet rechtstreeks naar Kelchsau trekken. In plaats daarvan wil ik na de afdaling in het dal weer naar het 6km lange stukje bergkam klimmen tussen Schneegrubenschartl (1902m) en Lodron (1925m) want deze kam is er weer zo één die met sneeuwschoenen perfect valt te doen.

SteinbergsteinMe gelukkig weer niet overslapen. -8°c en erg stil deze ochtend, zo goed als geen wind. In het ochtendzonnetje daal ik de berg weer af. Een eindje verder loopt het steiler het dal in naar de Manzenkaralm en passeer ik al de eerste solo tourskiër. Bij de vervallen alm neem ik even een pauze en neem de tijd om me zoals elke dag weer goed met zonnecrème in te smeren.

Lager passeer ik meerdere tourskiërs. Ze kijken me meestal maar onbegrijpelijk aan. Iemand met sneeuwschoenen aan de voeten en een kolos van een rugzak achter op de rug komt men hier nu niet elke dag tegen. Doorheen het woud daal ik verder af over een forstweg. Ondertussen zie ik het goederenbakje via de bevoorradingskabel door het dal richting Neue Bamberger Hütte zweven. ’t Is waar ook, de hut is niet bereikbaar voor motorvoertuigen.

Na een hele tijd sta ik beneden aan Gasthof Wegscheid (1148m) in het dal waar de autoweg dood loopt. Ik heb er nu een afdaling van meer dan 1000 hoogtemeters op zitten. De parking staat al goed vol en nog steeds komen nieuwe auto’s aangereden waarna groepjes mensen hun ski’s boven halen. Gelukkig moet ik nu naar de Schneegrubenschartl (1902m). Vermits deze col niet op weg ligt naar de Neue Bamberger Hütte, heb ik niet veel tourskidrukte meer te vrezen. Door het bos loopt het alweer snel steil bergop. Een eindje verder steek ik al snel een koppel op tourski’s voorbij. Aan hun tempo geraken ze vandaag nog niet boven en ik denk niet dat ze ook veel hoger zijn geraakt.

Het dal opent zich en een tijdje loop ik over sporen langs de dichtgevroren beek verder. Later wordt het steiler tot ik de lange finale helling al zigzaggend oploop tot ik na een zeer snelle klim op de brede col sta. Tijd voor de middagpauze. Ik voel al dat ik mijn motor veel te hoge toeren heb laten lopen bergop. Straks moet ik het wat rustiger aan doen of ik kom uitgeput aan de auto. De weg is immers nog lang.

Hohe TauernTerwijl ik mijn middagmaal verorber schuiven er regelmatig dunne wolken voor de zon. De lucht is gevuld met bankjes aan altocumulus, sommigen mooi lensvormig. Na de pauze zet ik door in noordelijke richting en kom ik al snel geen stijgende tourskisporen meer tegen. Er zijn nog wel schaarse sporen van het skiplezier maar daar heeft deze sneeuwschoener niet veel aan. De klim over de kam naar de top van Steinbergstein (2215m) vraagt me dan ook weer veel krachten. Stap na stap zak ik redelijk diep weg in de sneeuw. Ik zoek mijn eigen tempo. Het is toch wel een beetje afzien. Veel gemzensporen onderweg, maar geen exemplaar dat zijn lijf daadwerkelijk wil showen. Op het finale stuk naar de top van Steinbergstein zie ik een grote groep tourskiërs over de oostgraat naar boven slenteren. Ze gaan me voor zijn. Niet veel later kom ik bij hen op de top en is er voor mij niet veel plaats meer. Ik houd het topbezoek maar kort, trek nog vlug voor hen een groepsfoto omdat ze het zo lief vragen en zet meteen weer door.

De kam wordt nauwer met overhangende sneeuwcorniches. Ik daal maar een stuk lager af op de westflank van de kam. Op Ramkarkopf (2062m) nog een mooie terugblik op Steinbergstein (2215m). Maar het laatste stuk tot op Lodron (1925m) zegt me niet veel meer. Mijn hoofd staat al naar het kleine winkeltje beneden te Kelchsau. Als ik nu goed doorstap tijdens de afdaling dan ben ik nog beneden voor het winkeltje sluit. En wat voor lekkers zou ik dan in mijn winkelmandje laden?

SteinbergsteinDe afdaling van Lodron (1925m) tot helemaal beneden naar Innerkelchsau (817m) lijkt wel een eeuwigheid te duren. Verblindende sneeuwhellingen maken langzaam plaats voor stukjes naaldbos, afgewisseld met almweiden. Lager staat er een kudde schapen te grazen tussen de sneeuw. Hier en daar is de sneeuw toch helemaal weggesmolten en komt het bruine gras bloot te liggen. Een hongerig schaap lust blijkbaar alles. Voorbij de kudde kom ik op de brede forstweg uit welke op veel plaatsen een schaatsbaan is geworden. Voorzichtig dien ik verder te lopen. Het fijne grind dat men er op heeft gestrooid doet toch niet overal even goed zijn ding.

Een paar haarspeldbochten lager betreed ik het asfalt, niet rechtstreeks want er ligt nog steeds ijs tussen vibram en de ondergrond. Twee oude dorpsvrouwtjes lopen voorzichtig naar beneden. Ik haal ze meteen in. Wordt er gevraagd van waar ik vandaan kom. Krijg ik nog bewonderende blikken als ik zeg dat ik van Lodron kom. Ze moesten eens weten van waar ik deze ochtend gestart ben. Vertel hen maar meteen dat ik uit België kom. Aah Belgien, schones Land! Aber unsere bergen sind schoner! Deze wijze vrouwen kan ik uiteraard alleen maar gelijk geven.

Beneden sta ik snel weer voor de auto. Meteen gooi ik alles de koffer in en begin met een verkleedpartij. De nieuwsgierige bewoners van het huis aan de overkant hebben het natuurlijk al meteen gezien. Manlief komt weer als vanouds aan zijn auto prutsen en madam staat weer te loeren aan het raam. Wanneer ik in mijn onderbroek sta wordt er toch even onderbroken. Mijnheer trekt weer naar binnen en komt niet veel later loerende op het terras zitten in de vrieskou met een tas thee of iets dat er niet ver naast zit en de gazet die hij zogezegd voor de tweede keer vandaag begint te lezen. Al lachende rij ik weg naar het winkeltje in het dorp. Gelukkig is het nog geopend en kan ik afsluiten met een lekkere maaltijd alvorens ik de echte terugreis aanvang. Yesti, gemütlich Tirol, zu den nächste Mal!

About

U leest het reis- en fotografie weblog van Joery Truyen. Contacteer me via joerytruyen [at] hotmail.com

Flickr

Houille Koe op GR Houille Houille Houille Houille Houille Houille Houille Houille 

Recent Comments

Archives