Jotunheimen (zomer 2007)

You are currently browsing the archive for the Jotunheimen (zomer 2007) category.

Jotunheimen, wa is da?

Jotunheimen is een alpien en dus vergletsjerd berggebied met vele bergmeren en beslaat een oppervlakte van zo’n 3500km² centraal in het zuidelijk gedeelte van Noorwegen. De naam betekent iets als “huis der reuzen”. Dit wijst in tegenstelling tot wat je bijna overal leest niet op de bergen. De exacte betekenis van de naam ligt dieper. Het gebied werd pas voor het eerst echt verkend rond het midden van de 19de eeuw tijdens de culturele revolutie die de Noren toen kenden na 400 jaar Deense overheersing en waarbij enkel werd vastgehouden aan datgene wat echte Noorse wortels had. Voor sommigen vormde de wilde bergnatuur die wortels. Het was Aasmund Olavsson Vinje (1818-1870) die als één van die pioniers zich in Jotunheimen terugtrok. In 1861 dook de naam Jøtunheimen voor het eerst op in één van zijn poetische teksten, een naam die hij afleidde van de mythe van Jotun, de reuzentrollen die zich volgens de oude volksverhalen hier hoog en afgelegen in de bergen zouden hebben opgehouden. Ondermeer de reden waarom het gebied vroeger zo lang gemeden is geweest.

Overzichtskaart Jotunheimen

(Bij het klikken op de kaart: heb geduld, het laden kan afhankelijk van je internetverbinding wat tijd in beslag nemen. Om kaart terug te sluiten scroll naar de rechterbenedenhoek en klik op het kruisje.)

Op een kaart van Noorwegen is Jotunheimen gemakkelijk terug te vinden als je de Sognefjord (de langste fjord van Noorwegen) landinwaarts volgt. Op het einde van de fjord begint Jotunheimen. De hoogste bergen van Noord-Europa zoals Galdhøpiggen (2469m) en Glittertind (2465m) bevinden zich hier. Het merendeel van Jotunheimen draagt sinds 1980 de status van nationaal park en is zowat uitgegroeid tot het populairste nationaal park in Noorwegen wat wandelactiviteiten betreft. De wandeling over de Beseggengraat is ondermeer met jaarlijks 35000 tot 40000 wandelaars het meest belopen pad in Noorwegen en Galdhøpiggen behoort met zo’n 40000 mensen die jaarlijks de top bereiken tot één van de drukste bergtoppen in Europa. Toch is het niet overal zo druk in Jotunheimen. Er zijn nog vele dalen in het zuiden en westen die weinig wandelaars weten te vinden.

Wandelroutes, hutten en bivakkeren

Het gebied kent dus een vrij dicht wandelroutenet dat verzorgd wordt door DNT (Den Norske Turistforening). De goed onderhouden wandelroutes worden traditioneel gemarkeerd door een stapel stenen (de zogenaamde steenmannetjes) en een rood geverfde T. Er zijn echter ook oude, minder duidelijke routes die niet meer door DNT worden verzorgd en door afgelegen en vaak ruwer terrein lopen. Op de 2 grootste meren (Gjende en Bygdin) zijn er dagelijkse bootverbindingen zodat je meteen diep in het gebied kan doordringen.

DNT beheert ook de meeste berghutten centraal in het gebied. Zij worden onderverdeeld in 3 categoriën:

  • Bemande hutten (Gjendesheim, Gjendebu, Glitterheim, Fondsbu, Skogadalsbøen, Fannaråkhytta): Dit zijn de traditionele gasthutten waar je op basis van half pension kan overnachten en je ’s morgens een lunchpakket voor onderweg kan meenemen. Je kan er ook een middagmaal krijgen of wat koeken of iets dergelijks kopen. Overnachting vindt plaats in kamers met 2 tot 4 bedden. Er is stroom en douches. Let wel, er zijn 2 hutten, namelijk Fannaråkhytta en Skogadalsbøen waar de bevoorrading grote inspanningen vraagt. De Fannaråkhytta heeft ook geen douches. De middagmalen bestaan hier maar uit een beperkt aantal pannenkoekjes en cake. Als de dagvoorraad op is dien je het met een pak koekjes of chips te doen. Soms is er zelfs gewoon geen middagmaal te krijgen. In de andere hutten is dit echter allemaal geen probleem. DNT-leden genieten een korting op de overnachting waarbij je vanaf 4 overnachtingen je lidgeld hebt gerecupereerd. De prijzen kunnen lichtjes verschillen met de prijzen die op de DNT-website vermeld staat. Als DNT-lid betaal je rond 400 NOK voor een overnachting op basis van half pension. Bij sommige hutten mag je ook tegen een kleine vergoeding (rond 35 NOK voor DNT-leden, 50 NOK voor niet-leden) je tentje opstellen nabij de hut en van de hutfaciliteiten gebruik maken. Anders dien je minstens op 250m van de hut te bivakkeren.
  • Zelfbedieningshutten (Olavsbu en Ingjerdbu): Dit zijn hutten waar tijdens de zomer meestal een waard aanwezig is. Er worden geen maaltijden geserveerd, maar je kan er wel je eigen potje koken of (duur) voedsel kopen (van koeken, blikken groenten en fruit tot knorr-achtige pastamaaltijden).
  • Onbemande hutten (Stølsmaradalen en Vormeli): Dit zijn hutten zonder waard en waar je geen voedsel kan kopen. Er is naast brandhout voor het houtvuur ook gas aanwezig om zelf je potje te koken op een gasvuur. Je dient je overnachting of dagbezoek meestal contant te betalen in de aanwezige pot.

Er bevinden zich ook zo’n 14 private berghutten in Jotunheimen (Turtagro, Sognefjellshytta, Krossbu, Leirvassbu, Juvashytta, Spiterstulen, Vetti Gard, Tyinholmen, Eidsbugarden, Torfinnsbu, Bygdin, Memurubu en Bessheim) die dus niet worden gerund door DNT. Buiten Memurubu bevinden zij zich allemaal buiten de grenzen van het nationaal park. In sommige private hutten kan je ook korting krijgen als je lid bent van DNT, echter niet bij alle hutten. Het zijn, op uitzondering van Vetti Gard en Torfinnsbu, eigenlijk echte berghotels met alle luxe en je kan je er dus navenant ook kreupel betalen. Bij deze private hutten mag je met de tent niet in het zicht van de hut bivakkeren. Bij Spiterstulen is er wel een marginale campingweide waar je voor ongeveer 50 NOK wel je tentje mag neerpoten en van de hutfaciliteiten gebruik maken. Als je niet overnacht in een private hut kan je er nog wel een middagmaal nemen (stelt bij sommige private hutten niet veel voor) en misschien als je wat onderhandelt (wat bij mij geen enkel probleem was bij Torfinnsbu) mag je ’s avonds ook mee aan tafel aanschuiven.

Tot slot zijn er voor de volledigheid ook 3 noodhutjes (Skagastølsbu in Hurrungane aan de voet van Store Skagastølstind, Nøgla nabij Leirvassbu en Storådalsbue tussen het Langevatnet en Gjendebu). Dit zijn kleine hutjes zonder voorzieningen waar je slechts met een handvol personen kan overnachten. Soms is er een tafeltje en enkele bankjes, maar niet veel meer dan dat.

Uiteraard mag er ook vrij gebivakkeerd worden met tent (of tarp) naar het Allemansrätt op voorwaarde dat je op de vooropgestelde afstand van gebouwen en hutten blijft, de natuur niet onnodig verstoort, geen kampvuur maakt en geen afval achter laat.

Hoe Jotunheimen bereiken?

Wie met de auto gaat zal zijn weg zelf wel kunnen vinden veronderstel ik. Hou er wel rekening mee dat je met de auto niet dicht bij het nationaal park kan komen. Er zijn wel enkele parkings dicht bij het nationaal park (o.a. Gjendesheim en Spiterstulen), maar deze zijn betalend zodat je er dus je auto niet kan achterlaten voor meerdere dagen, tenzij je een miljonair bent.

Met het openbaar vervoer vlieg je eerst naar Oslo. Op de luchthaven Oslo Gardemoen kan je dan de lokale trein naar Oslo nemen (85 NOK). Er is ook een snelle trein maar daar betaal je 160 NOK voor. Eens in Oslo aangekomen neem je de busexpressen (www.nor-way.no). Dit zijn bussen die over lange afstanden doorheen Noorwegen reizen. Je hoeft niet op voorhand te reserveren en betalen kan gewoon op de bus. Is de bus vol dan zet men er een tweede in. De beste optie vormt de Valdresekspressen (lijn 160-161) waarmee je via Fagernes en Beitostølen in het oosten van Jotunheimen aankomt te Bygdin en Gjendesheim. Prijs bedroeg 325 NOK voor een enkele rit. Vanaf 2 personen of meer geniet je ongeveer 10% korting. Je kan met deze lijn ook eventueel meteen in het zuiden en westen van Jotunheimen geraken (kost wel pak meer en lange reistijd). Om in het noorden van Jotunheimen te komen dien je de Nordfjordekspressen (lijn 147) te nemen. Daarmee reis je voor 470 NOK naar Lom alwaar je de lokale bus naar Juvashytta of Spiterstulen kan nemen (beiden nog eens 60 NOK).

Voor de Nordfjordexpressen vormt de trein (www.nsb.no) tot Otta een goedkoper alternatief, tenminste als je een minipris ticket kan bemachtigen. Deze kosten 199 NOK en dienen zowat minstens 3 maanden op voorhand gereserveerd te worden. Voordeel is dat je dan ook meteen vanuit de luchthaven naar Otta kan treinen. Vanuit Otta zal je dan nog wel weer een stukje met de Nordfjordekpressen naar Lom moeten reizen (110 NOK) en van daaruit één van eerder vermelde lokale bussen moeten nemen. Belangrijk om weten is dat de bussexpressen slechts tot half september rijden.

Een weerjaar in Jotunheimen

De winter duurt 6 maanden lang in Jotunheimen, van november tot en met april. Het vriest er dan permanent, soms tot -20°c en meer en aan het einde van de winter is de sneeuwlaag meestal aangedikt tot meer dan 2m.

De lente begint pas in mei wanneer de temperaturen overdag weer boven het vriespunt uitkomen. De sneeuwlaag begint langzaam te smelten, maar wordt vaak weer aangedikt door nieuwe sneeuwval. April en mei zijn trouwens de meest geschikte maanden om te tourskiën in Jotunheimen. Juni is de maand waarin de sneeuw pas massaal begint weg te smelten. Rivieren zwellen aan tot woeste kolkende stromen. De lager gelegen meren als Gjende en Bygdyn worden ijsvrij. Tegen eind juni/begin juli is de sneeuw dan zodanig weggesmolten dat de lager gelegen dalen sneeuwvrij komen te liggen, maar hogerop ligt nog steeds veel sneeuw en de hoger gelegen meren zijn nog vrijwel volledig met ijs bedekt.

Pas in juli begint de zomer in Jotunheimen en deze duurt slechts 2 maanden. De dagen duren lang. Begin juli gaat de zon onder rond 23u lokaal en komt weer boven de horizon rond 4u. ’s Nachts wordt het dan niet helemaal donker en er is te veel licht voor een sterrenhemel. Een lange periode mooi stabiel weer is even normaal dan een lange periode wisselvallig weer met elke dag wel wat regen afgewisseld met wat opklaringen. Temperaturen liggen overdag meestal rond 10°c, zelden hoger dan 15°c ondanks dat de zon genadeloos hard kan branden. ’s Nachts koelt het nauwelijks af door de korte nacht. Toch kan lichte nachtvorst nog optreden, voornamelijk tijdens onbewolkte nachten met weinig wind. De meren verliezen geleidelijk hun ijs, meer en meer dalen worden vrijwel sneeuwvrij, maar hogerop blijven de gehele zomer lang nog sneeuwvelden liggen. Op de hoogste toppen flirten de temperaturen met het vriespunt en valt neerslag eerder onder de vorm van sneeuw dan regen. In een uitzonderlijke keer kan het ook wel eens sneeuwen tot in de dalen, maar deze smelt snel weer weg. Naar het einde van augustus toe komt de zomer op zijn einde en verschijnen al de eerste herfstkleuren. De nachten worden weer een stuk langer, nachtvorst treedt vaker op en de hogere toppen kunnen al weer langer wit worden.

September en oktober zijn de herfstmaanden. Nachtvorst is weer een algemeen verschijnsel geworden, de bergen krijgen weer een dunne sneeuwlaag die niet meer wegsmelt, zich alsmaar lager uitbreidt en in oktober ook in de dalen blijft liggen. Het wordt weer donker en de lange winter is alweer begonnen.

Trekken in Jotunheimen doe je dus best in juli en augustus. Voor de gokkers kunnen september en soms oktober ook nog mooie omstandigheden bieden, maar de hutten sluiten zich alweer in de loop van september en het risico op koud weer en sneeuw wordt groot. Tijdens andere maanden kan wandelen in Jotunheimen een moeilijke opdracht zijn en heb je sneeuwschoenen nodig.
Meer weerinfo vind je op senorge.no en met.no.

Kaartmateriaal

Er bestaan stafkaarten op schaal 1:50 000 uitgegeven door het Noorse Statens Kartverk en welke je eenvoudigweg online kan raadplegen, maar beter op terrein zijn de Turkarten van Ugland It Group. Het gaat om twee kaarten, Jotunheimen Aust en Jotunheimen Vest, eveneens op schaal 1: 50 000. Deze kaarten zijn in België en Nederland gemakkelijk te vinden. Er circuleert ook één kaart met schaal 1:100 000 die gewoon een verkleining is van de twee turkarten. Naar mijn beoordeling kan je deze even goed gebruiken. Zij beslaat trouwens nog een groter gebied rondom de rand van Jotunheimen in tegenstelling tot de twee turkarten, maar is in België en Nederland moeilijk te vinden.

Tussen twee belangrijke punten staan op deze kaarten ook de wandeluren vermeld. Enkele personen die al vaak in Noorwegen hadden rondgewandeld hebben me verteld dat deze tijden enkel haalbaar zijn voor snelle wandelaars met een dagrugzakje en dat iemand met zware trekkingrugzak deze tijden best met 1,5 vermenigvuldigt. In realiteit echter kon ik ongeveer de tijden lopen die op de kaarten vermeld staan, inclusief pauzes. Naar het einde toe was ik zelfs vaak sneller. Maar het blijkt dat ik een snelle wandelaar ben. Wie dus van zichzelf weet geen snelle jan te zijn kan misschien best rekening houden met de 1,5-regel.

Nog enkele nuttige links

  • Morten Helgesen - fotograaf en auteur van enkele prachtige klim- en fotoboeken over Jotunheimen. Op zijn site vind je eveneens prachtige foto’s terug en beschrijvingen van wandelroutes en beklimmingen. Helaas maakt hij geen Duitstalige pagina’s meer en moet je het vaak met het Noors doen.
  • Nasjonalparkriket - Info over Jotunheimen Nationaal Park.
  • Visitjotunheimen - Toeristische informatie over Jotunheimen en de aangrenzende gebieden.
  • Turplanlegger - Informatie over DNT-routes.
  • Trekkingverslag uit juli 2001 van Henk Nouws.
  • Trekkingverslag van een anonieme Duitser met eveneens schitterende maar wel verouderde practische info.

Mijn Foto’s

Bekijk al mijn foto’s van de tocht in de fotostream (klik op de i in de foto als je de beschrijving wil zien). Pas wel op! Het zijn er meer dan 500.

De Paklijst

Als je wil weten wat ik allemaal mee sjouwde, klik hier.

Afstand: 4.5km
Duur: 1h10min
Klimmen: 80m
Dalen: 80m
Aantal mensen onderweg: 0
Aantal muggen: 84 misschien?

Overstroomde bergrivieren

Toen ik op de heenweg naar Noorwegen doorheen de hogere lagen van de troposfeer vloog zag het er al niet goed uit in de krant naast me. Mijn Noorse buurman was namelijk de krant aan het lezen en ik zag op een bladzijde grote fotootjes met huizen die omzoomd waren met woeste overstroomde bergrivieren. Het had de voorbije dagen inderdaad abnormaal hard geregend in Zuidelijk Noorwegen en voor zo ver ik maar de voorbije dagen had kunnen kijken naar de weersvooruitzichten leek er de eerste twee weken elke dag wel regen te gaan vallen met de eerste dagen niet veel bijster weer waar van te genieten viel.

Op de luchthaven nam ik de eerste beste bommeltrein naar Oslo. Daar aangekomen was het nog eventjes wachten op de bus die me naar Gjendesheim in het oosten van Jotunheimen zal brengen. Ik wachtte in de hal en herschikte even de inhoud van mijn rugzak wat heel wat ogen trok bij voorbijgangers. Daarstraks op Zaventem werd ik ook al als een verdachte beschouwd. Mijn GSM toch wel niet in mijn broekzak vergeten met het doorwandelen van de metaaldetectordeur. Heel mijn handbagage werd geïnspecteerd. Raar werd er opgekeken toen men er die twee kleine zakjes uithaalden die net in de handpalm passen. “Tja, dat zijn een tarp en bivakzak mijnheer. Dat dient om in en onder te slapen.” “Een tarp? Wat is dat voor iets?” Enfin…

Naast me in de hal kwamen twee Engelsen naast me zitten. Ze vroegen me of ik ook naar Gjendesheim ging. Toen net kwamen de twee bussen aan. De Engelsman zei me dat we de tweede bus moesten hebben waar duidelijk Valdresexpressen op stond terwijl dat niet het geval was met de eerste bus. Er stapte anders al behoorlijk wat volk op de eerste bus. Toen het dan rond het vertrekuur was ging ik toch eens naar de chauffeur van de eerste bus. Het was dus wel degelijk deze eerste bus die naar Gjendesheim reed en niet de tweede. Nog net gehaast kunnen instappen, de twee Engelsen uiteindelijk nog gehaaster. Les 1: vertrouw nooit op de uitspraken van een Engelsman.

De bus zat bomvol. We reden later doorheen de vallei van de Begna en inderdaad, de rivier was buiten haar oevers getreden. Huizen die net onder water waren gelopen, ongelooflijke stroomversnellingen die oorverdovend donderden, campings half onder water, bomen met enkel hun kruin boven water,… Wat gaan we in Jotunheimen nog meemaken met die bergrivieren?

Toen we dan bij Beitostølen aankwamen zag ik voor het eerst in de verte aan de horizon Jotunheimen liggen. Mijn haren op mijn armen rezen recht omhoog bij dat fraaie zicht. Er waren enkel maar witte bergen te zien. Er leek verdomd nog veel sneeuw te liggen. Voorbij Beitostølen klom de bus een pas over en het zicht werd alleen maar indrukwekkender, reusachtige bergmeren ingebed in een bergachtig toendradecor met geen enkele boom meer. Bij het naderen van Gjendesheim kreeg ik weer dezelfde taferelen voorgeschoteld met de Sjoa, de rivier die uit het Gjendemeer vloeit. Op de brug over de rivier leek het net alsof alles elk moment kon weggespoeld worden. Het woest kolkende water kon nog maar net onder de brug door.

Midges met gevangenisbroeken

Te Gjendesheimen (1000m) aangekomen was ik de allereerste die de berghut binnenstormde. Na me volgde de rest van de troep op de bus. Allemaal gingen ze hier overnachten. Ik was hier maar eens om rond te neuzen. Er was uiteraard geen haar op mijn lijf dat er aan dacht om me hier te gaan vervelen in al die luxe.

Terug buiten zocht ik een plek om mijn kleine sporttas te verstoppen. Deze had ik namelijk meegenomen als handbagage. Even hogerop verstopte ik de tas in de struiken en legde er een dikke steen op. Terwijl ik daar mee bezig was zag ik dan beneden aan de oever van de Sjoa die hier net uit het Gjendemeer vloeit, een man met een motorbootje. Die moest ik hebben! Zo snel ik kon stormde ik weer het pad af naar beneden voor hij weg was met zijn bootje. “Hello! I’ve got a question for you! Can you bring me to the other side of the river please?” “Sure!” En hij gebaarde me om plaats te nemen in zijn bootje. Twintig seconden later stond ik al aan de andere kant. Ik keek nog een keer om naar Gjendesheim. Dag beschaving!

GjendeHet was ondertussen al twintig voor tien in de avond. Ik vervolgde nog voor een dik uur het kleine paadje langsheen het Gjendemeer (984m) en zocht me dan een plek om te bivakkeren. Er zaten hier verdomme wel veel ambetante muggen, van die dikke exemplaren met precies poten als gevangenisbroeken uit de tekenstrips. Nochtans zouden er geen muggen in Jotunheimen zitten had ik op voorhand in verslagen gelezen. Goed, ik stelde mijn tarpje voor de eerste maal recht op een mooi arendsnest boven het meer en zorgde er daarbij voor dat het zeil goed tegen de grond aansloot. Er blies hier namelijk een vrij krachtige oostenwind en vanuit die richting zag ik in de verte regenwolken komen aanzetten. Toen ik ging slapen was de zon al onder de horizon maar het bleef opmerkelijk licht. Die nacht hoorde ik het meermaals lichtjes regenen en redelijk waaien wanneer ik eens wakker werd. Zelfs om 2 uur ’s nachts kon ik nog het uur op mijn horloge aflezen zonder het lampje te moeten gebruiken. Het bleef ’s nachts lichter dan ik had gedacht.

Afstand: 16.5km
Duur: 9h40min
Klimmen: 960m
Dalen: 620m
Mensen: 13
Muggen: minstens 273

Schoenen uitkappen en kousen uitwringen

Die ochtend was het droog. Toen ik rustig mijn ontbijt verorberde gleed de eerste boot over Gjende (984m) op weg naar Memurubu. Even later zette ik mijn weg voort langsheen de oevers van het meer. KnutshøegraatOp sommige plekken was het pad overstroomd. Het waterpijl van het meer stond een goeie halve meter hoger dan dat normaal het geval moest zijn. Een stuk verder kwam ik dan aan een donderende waterval terecht en kon ik niet meer verder langsheen Gjende. Het is hier dat de Leirungsåe, de rivier die doorheen het Leirungsdalen stroomt, zich in Gjende stort. Ik volgde het paadje een stukje langsheen de wild stuivende rivier om dan wat verder redelijk steil te stijgen. Hier begint de Knutshøegraat welke samen met de veel bekendere Beseggengraat de twee mogelijke graatwandelingen vormen aan het Gjendemeer. Het uitzicht werd immens hogerop op Knutshøe (1517m)! Ik kwam nog enkele Noorse dagjesmensen tegen, alsook enkele sneeuwhoenders en werd eindelijk toch een beetje minder erg geplaagd door de muggen dan langsheen Gjende.

Wanneer ik de graat overgewandeld was kwam ik in het Leirungsdalen terecht. Hier stak ik de rivier over via een grote houten brug, liep vervolgens door een moerassige en zompige zone met weer enorm veel midges en vliegen om dan later weer aan een wilde bergbeek aan te komen. De steenmannetjes gebaarden me om deze over te steken, maar de rivier was te sterk gezwollen. Een heel eind ben ik stroomopwaarts gaan kijken of er geen eenvoudige plek was om aan de overkant te geraken, maar tevergeefs. Uiteindelijk keerde ik maar terug naar de eigenlijke oversteekplek en probeerde het daar dan maar. Van de ene rotsblok sprong ik naar de andere terwijl ik evenwichtskunsten uitvoerde met mijn twee wandelstokken. Verschillende rotsblokken lagen diep in de rivier en ik kon niets anders dan via deze blokken naar de overkant gaan en me dus nat laten worden tot mijn knieën. Al een geluk dat ik nu nog een rugzak van bijna 30 kilo op de rug had of anders was ik mogelijk met het krachtige water meegesleurd geworden met ongetwijfeld minder prettige gevolgen. Ik had goed vijf minuten nodig om geconcentreerd die luttele vier meter brede bedding over te steken. Aan de overkant was het dan even pauze om de schoenen leeg te kappen en kousen uit te wringen.

Ik vervolgde het pad doorheen het laag struikgewas en wandelde een stuk verder, na nog eens een muggenrijke pauze, vlak langs de Leirungsåe het nauwere deel van het Leirungsdalen in. LeirungsdalenWat was dit een schitterende vallei. Mooi groen beneden en met gedeeltelijk met sneeuw bedekte grijze bergen overal om me heen. Ongeveer op 1320m in het dal stelde ik mijn tarp weer op. Na het avondmaal viel er dan voor een dik half uur een hevige bui over mijn dak heen. Voor de rest van de nacht bleef het droog maar er stond wel weer een goed voelbaar briesje uit het oosten.

Afstand: 14.0km
Duur: 9h45min
Klimmen: 630m
Dalen: 690m
Mensen: 2
Muggen: 14

Paniekkreten!

Bivak LeirungsdalenDie ochtend was het mooi weer, maar ik was niet wakker geworden van mijn wekker. Zo kon ik pas na wat vloeken tegen de middag vertrekken. Toen ik dan even nog water was gaan halen bij de rivier werd ik enorm opgeschrikt. Er zat een beestje in een struik dat me een waarschuwingskreet toeriep alsof het riep van: “Durf niet dichterbij komen of ge hebt mijn snijtanden in uw gat!” Ik ging toch eens voorzichtig loeren en toen zag ik plots dat mooie hamsterachtige diertje met zijn bruine en zwarte pels. Er niet meteen aan gedacht dat ik een lemming zou gaan tegen het lijf lopen. Wat later bij mijn eerste meters over het pad overkwam me dan nog eens hetzelfde. Ik liep bijna de volgende lemming plat die net op het allerlaatste moment zijn leven redde door me te doen schrikken met zijn luid gepiep. Huppelend liep hij even voor me uit om dan snel dekking te zoeken tussen de struiken. Schattige beestjes zijn het. Het eerste uur doorheen het dal was het nog meer van dat. Bij momenten zag ik enkele meters voor me uit de volgende lemming dekking zoeken, of een andere plaagde me dan weer door zijn paniekkreten uit te schreeuwen vlak naast mijn voeten.

Een eind verder in het dal verschenen er meer en meer sneeuwvelden tot ik later meer over sneeuw dan over vaste ondergrond verder wandelde. Toen ik dan nabij het Leirungstjønnin (1578m) aankwam stopte ik even om de route te bekijken om Tjønnholstind (2331m) zoals gepland te beklimmen. Even twijfelde ik, maar ik wist dat het geen zin had. Vanuit het oosten zag ik dikkere wolken aankomen. De zon was ondertussen al achter de wolken verdwenen. Nog een dik uur gaf ik het en dan verwachtte ik de eerste regen met de wolken die waarschijnlijk de bergtoppen gingen raken. Tjønnholstind werd dus de eerste schrapper. Na de pauze liep ik dan het laatste stuk van het Leirungsdalen verder door en dat vrijwel constant over dikke sneeuw.

Eerste voorsmaakjes op de zondvloed

Na nog de twee bevroren bergmeren gepasseerd te zijn kwam ik op Svartdalsbandet (1678m) aan met een indrukwekkend zicht op het veel lager gelegen Svartdalen waar nog meer sneeuw lag dan wat anders. Hier zag ik voor het eerst rendieren. SvartdalenVerscheidene kuddes trokken noordwaarts over de sneeuwvelden doorheen het dal. Ondertussen begon het ook te regenen en verdwenen de bergtoppen in de wolken net zoals ik daarnet had zitten bedenken. De erg steile afdaling het Svartdalen in werd hierdoor op enkele plekken een glibberige bedoening. In de druilende regen trok ik vervolgens verder zuidwaarts doorheen het dal over veel sneeuw en langsheen een nog bijna volledig met ijs bedekt meer. Hogerop stak ik het zadel over en begon zo aan de afdaling doorheen Torfinnsdalen waar weer enkele rendierkudden mijn weg passeerden. Lager kreeg ik weer meer en meer vaste grond onder de voeten en het duurde niet lang of het Bygdinmeer (1058m) kwam in zicht. Dit is het allergrootste meer in Jotunheimen. Ik daalde af tot Torffinssbu, een gezellige private hut gelegen aan de oevers van het meer.

Er waren helemaal geen gasten. Ik vroeg of ik mee kon eten deze avond om daarna verder te trekken. Dat was geen probleem. In de tijd dat ik dan helemaal alleen in de knusse stube de voorgeschotelde maaltijd naar binnen speelde begon het buiten pijpenstelen hard te regenen. Het dak van de hut werd een heuse waterval. “Miljaar, als dat dadelijk maar ophoudt als ik weer vertrek.” Ik kreeg bloemkoolsoep, gekookte aardappelen met broccoli en een soort blinde vink en een stukje cake met slagroom als dessert.

BygdinNet wanneer ik dan terug wilde vertrekken hield het gelukkig langzaamaan op met regenen. Nu vervolgde ik mijn tocht westwaarts langsheen de noordelijke oever van Bygdin. Het meer werd erg fraai met de dreigende wolkenluchten over de bergen en mistbanken die langzaam vanuit het oosten over het meer in mijn richting kwamen gegleden.

Een stuk verder liep het pad van de meeroever weg, stak ik de weer gezwollen Langedalsåne over via de zomerbrug en steeg dan verder het Langedalen in terwijl het dan alweer een tijdje lichtjes was beginnen regenen. Een eind hoger vond ik dan een geschikte bivakplek met nog een mooi uitzicht op het lager gelegen meer. Ik stelde mijn tarp weer redelijk kort tegen de grond op en dat was zeker nodig met de regen en wind. Die nacht regende het de gehele nacht stevig door en werd de kap van mijn bivakzak enkele keren nat bij het draaien van de wind, maar zelf bleef ik droog. Het materiaal van mijn bivakzak bleek goed waterafstotend te zijn.

Afstand: 11.0km
Duur: 5h00
Klimmen: 480m
Dalen: 280m
Mensen: 0

Niks te schoenen uitkappen of kousen uitwringen!

Die ochtend bleef het maar matig door regenen. Ik bleef dus maar liggen in mijn slaapzak. Tijdens de middag was het nog steeds non-stop goed aan het regenen. Ik bleef nog steeds liggen in mijn slaapzak. En dan was het rond vijven en werd het plots zo goed als droog. Ok, er vielen nog wel wat druppels uit de lucht maar dat kon niet meer tellen. Vlug stond ik op, pakte mijn boeltje in en vertrok op weg. Er hing een duistere mysterieuze sfeer over de bergen. GaldebergtjerniDonkere wolken gleden over, bergtoppen in de wolken. Hogerop in het Langedalen kwam ik dan weer op de sneeuw terecht en kreeg ik een mooi spektakel te zien van lage wolkenflarden die zich als een waterval over de bergrug van Galdeberget (2075m) gooiden en dan in de neerwaartse beweging oplosten. Hetzelfde werd later meermaals herhaald over Slettmarkpiggen (2164m). Ik passeerde het Langedalstjernet (1513m) waar uiteraard weer veel ijs op lag, doorkruiste dan een soort hoogvlakte met veel sneeuw en kwam dan aan het Galdebergtjerni (1507m) uit waar ik uiteindelijk aan de zuidpunt van dit met ijs bedekte meer de rivier die uit het meer stroomde diende over te steken.

Het water was overal tussen een halve meter en een meter diep en kabbelde rustig tussen kleine rotsblokken waarvan er slechts enkelen net boven water uit staken. Dit werd weer een uitdaging. Voorzichtig waadde ik van rotsblok naar rotsblok door de rivier naar de overkant waarbij de blokken gelukkig hoog genoeg in het water lagen zodat er net geen water langs bovenaan in mijn schoenen kon vloeien. Maar dan net op de voorlaatste rotsblok schoof ik toch wel niet uit zeker. Mijn rechter been verdween in het water. Met mijn stokken kon ik me er snel uit duwen en me op de sneeuw op de oever gooien, maar de onderkant van mijn been en broek was nat en mijn schoen met ijskoud water gevuld. Ik liep maar verder want hier op al die sneeuw kon ik mijn schoen moeilijk gaan uit doen.

Massa’s sneeuw en bedolven water

Zo zette ik mijn weg voort over de sneeuwhelling langs de westkant van het meer. Daarna kwam ik in een kort dal terecht met nog enkele bivakbare plekken en met Slettmarkpiggen (2164m) voor me en tussen deze berg en Galdeberget (2075m) een col. Uksedalsbandet (1675m) heet deze col en deze diende ik dus over te steken. Steenmannetjes leidden me omhoog naar het steile sneeuwveld vlak onder de col. Tot slot klom ik al zigzaggend een spoor stampend op het nog maagdelijk ongeschonden sneeuwveld naar boven. Er was blijkbaar nog geen mens deze col overgestoken dit jaar. Pickel liet ik op de rugzak, maar eigenlijk moest ik hem hier boven gehaald hebben want het sneeuwveld was wel gevaarlijk steil. Boven op de col rustte ik even uit en zag dan aan de andere kant het witte Uksedalen van onder het lage donkere wolkendek. Er lag nog een dik pak sneeuw in dit dal en enkel het spiegelgladde oppervlak van de sneeuw bovenaan het dal verraadde de aanwezigheid van het meer in het dalhoofd. Het Uksedalstjernet (1561m) was uiteraard nog compleet met ijs en sneeuw bedekt.

Ik daalde af van de col, eerst over de rotsen en vervolgens over de sneeuw. Zo liep ik niet veel later over de dikke sneeuwhelling boven het Uksedalstjernet (1561m). De sneeuw lag hier op veel plaatsen nog meer dan 2m dik. Verder in het dal kwam ik dan toch hier en daar nog wat steenmannetjes tegen die, gestapeld op grote rotsblokken net boven de sneeuw uitkwamen. Bivak UksedalenEen eind verder opende het dal zich geleidelijk en kreeg ik weer de eerste stukken vaste grond voorgeschoteld. Nabij de brede monding van het dal zocht ik dan uiteindelijk een bivakplek. Het was dan al bijna half twaalf en dus nacht en nadat het af en toe slechts lichtjes had geregend onderweg begon het nu weer door te regenen. Ik stelde mijn tarp op tegen een grote rotsblok zodat ik beschut lag tegen de wind en stapelde verder nog een hele rij stenen langsheen de tarp zodat ik ze goed hoog kon laten komen. Wanneer ik dan aan mijn roes kon beginnen was het al half één. Ondanks het gekletter van de matige regenval viel ik snel in slaap.

Afstand: 0.0km
Duur: 0h00min
Klimmen: 0m
Dalen: 0m

Zondvloed nummer 1

Toen ik ’s ochtends werd gewekt regende het nog steeds onophoudelijk matig door en er was een stevige wind opgekomen. Gelukkig voor mij blies die uit de perfecte richting zodat er geen regendruppels langs de ingang van de tarp binnenvielen. Slechts een tiental seconden heb ik naar buiten gekeken. Er hing mist. Verder slapen was het enige waar ik met deze omstandigheden goesting in had. ’s Middags veranderde er niet veel, nog steeds mist, regen en wind. ’s Avonds veranderde er dan toch al iets. De wolken trokken wat op zodat de mist zich op de bergflanken terugtrok. Maar de constante regen en wind bleven. ’s Avonds had ik er dan genoeg van. Ik trok uit mijn slaapzak en maakte voor vijf minuten in de regen een wandelingetje rond de tarp. Daarna trok ik weer mijn slaapzak in en probeerde te slapen wat me uiteraard niet meer echt lukte. Uit de hoeveelheid water dat vandaag in mijn laplandbekertje geregend was (dat had ik er speciaal voor buiten gezet) kon ik afleiden dat er vandaag alleen al ongeveer 50mm regen was gevallen. Dat is bijna zo veel als normaal in één maand bij ons in Vlaanderen. En het was nog niet gedaan…

Afstand: 16.0km
Duur: 6h30
Klimmen: 630m
Dalen: 490m
Mensen: 10

Mooie liedjes duren nooit lang

Na de tweede nacht in het Uksedalen was het nog steeds stevig aan het regenen. Ik had toch een beetje kunnen slapen die nacht. Maar aan de wolken zag ik dat er eindelijk een einde aan de ellende zat aan te komen. Ik maakte me al langzaamaan klaar en rond half elf stopte het dan inderdaad met regenen. Het had dus afgezien van die enkele korte droge stukjes op zondag en maandag 68 uren bijna onophoudelijk geregend. De wolken trokken wat op en hier en daar kwam al een marginaal gaatje met blauwe hemel tevoorschijn. Ik besloot om maar meteen verder te trekken en Galdeberget (2075m) niet te beklimmen. De tweede berg die van de lijst werd geschrapt.

Ik daalde het laatste stuk van het Uksedalen uit. Hierbij verliet ik het pad dat toch een omweg maakte. Zo wandelde ik over rotsige bodem en sneeuwvelden naar de steenmannetjes in het Vesledalen. Deze vervolgde ik verder naar het noorden. Intussen klaarde het wat op en had ik een mooie terugblik op Galdeberget (2075m) die nu wel even uit de wolken kwam. Verder stak ik een vage col over en dan begon de route weer te dalen. Een eindje verderop verliet ik zo de route richting Gjendebu, stak de smalle rivier hier moeiteloos over en begon dan na de vroege middagpauze aan een korte klim over sneeuwvelden. Hier had ik nog een verassende terugblik op Gjende (984m) en de Bessegengraat in de verte. Hogerop kwam ik op een klein drassig hoogplateau uit met nog een ijsmeertje. GaldebergetEens het plateau doorkruist, klom de route weer zachtjes waarbij ik meestal over sneeuw verder liep. Een eind hogerop moest ik zo weer een brede rivier oversteken. Deze was vrij ondiep zodat dit deze keer gelukkig niet direct problemen opleverde. En dan verscheen plots het vrij uitgestrekte Snøhølsvatnet (1486m) voor me. Dit meer zag weer volledig wit van het ijs, op de smalle oever na. Aan de overkant toornden Snøholtind (2141m) en de piramidevormige Mjølkedalstind (2138m) machtig over de omgeving uit. Bij mooi weer had ik graag Snøholtind beklommen maar het begon weer donker te worden. Een grauw wolkendek schoof weer over Jotunheimen uit en niet veel later begon het weer te regenen waarbij de toppen van de bergen weer net in de wolken verdwenen. Snøholtind werd zo al de derde berg die geschrapt werd van de lijst.

Na een pauze aan de meeroever vervolgde ik mijn weg westwaarts in regen en over sneeuw langsheen het meer en kwam daarbij weer een sneeuwhoen tegen met haar jonge kuikens. Nabij de westpunt van het meer klom ik dan over dikke sneeuw naar een col. Ondertussen stopte het met regenen maar het bleef zwaar bewolkt. Na de col volgde de afdaling het Mjølkedalen in en deze ging weer meer over sneeuw dan wat anders. Zo kwam ik aan de oevers van het uitgestrekte Store Mjølkedalsvatnet (1340m) uit en hoe kon het ook anders, dit meer zat ook nog volledig dicht met ijs. Store MjølkedalsvatnetVoor een korte tijd plofte ik neer aan de oever van het meer en begon me dan te realiseren dat het best tijd was om weer stilaan een bivakplek te gaan opzoeken. Na wat op de kaart te turen kwam er niks beters in me op om gewoon naar de top van Høgbrøthøgde (1821m), de lokale berg aan het meer, te gaan en me daar op de top te leggen. Het weer was blijkbaar aan het beteren? Maar toen ik het pad verliet en langsheen de zuidflank van de berg omhoog klom zag ik al gauw dat ik ernaar kon fluiten. Over Skarvheimen waren stevige buien te zien en die dreven mijn kant op. Snel zocht ik me een bivakbare plek op de zuidflank van de berg. Deze vond ik redelijk snel langs een klein beekje en onder een sneeuwveld met een mooi panoramisch uitzicht over het Store Mjølkedalsvatnet en omgeving, maar lang duurde dit uiteraard niet. Ik had nog maar net mijn tarp recht staan of lage wolken dreven het dal door. Ik bleef net onder de wolkenbasis zodat het meer nog te zien bleef, maar enkele minuten later schoof vervolgens het gordijn echt dicht en begon het hevig te regenen en ook stevig te waaien. Ik had gelukkig nog de tijd gehad om een hoop stenen rond mijn tarp opéén te stapelen zodat ik helemaal droog bleef onder mijn zeiltje. Het duurde niet lang meer voor ik onder de wol kroop. Gedurende de hele nacht bleef het stevig door regenen en toen ik een enkele keer eens naar buiten keek zag ik een dikke mist hangen.

Afstand: 21.0km
Duur: 8h15min
Klimmen: 600m
Dalen: 840m
Mensen: 4

Rendierstoofvlees

MjølkedalenDie ochtend bleef het matig door regenen en hing er meestal mist. Slechts af en toe trokken de wolken even wat op en kon ik weer even het Store Mjølkedalsvatnet beneden zien liggen. Pas rond 13h00 hield het op met regenen. De lage wolken bleven. Een uurtje later was ik te been. Af en toe regende het weer lichtjes. Ik daalde weer af naar het meer en pikte de gemarkeerde route weer op. Een eind verderop begon dan de afdaling richting Eidsbugarden aan de westpunt van Bygdin (1058m). Eerst liep ik nog over enkele sneeuwvelden om dan halfweg de wilde rivier over te steken via een smalle balk. Het laatste deel van de afdaling liep over een erg modderig pad waar ik op stukken goed 30cm in de shit wegzonk.

Eidsbugarden vormt een verzameling van buitenverblijfjes, een gelijknamige private hut, eigenlijk een hotel en de DNT-hut Fondsbu. De thermometer aan deze laatste hut wees slechts 6°c aan terwijl het weer constant was beginnen regenen. Hier ging ik de bemande hut binnen en at er lekker rendierstoofvlees. Daarna trok ik weer het regenweer in en begon met de klim naar Sløtafjellet, een mooi hoog gelegen plateau dat aan de voet ligt van de meest zuidelijke 2000ders van Jotunheimen.

Mysterieuze stilte 

Niet veel hoger liep ik weer constant over sneeuw, stak de wilde rivier over via een veilige sneeuwbrug en kwam dan aan het Rusteggvatnet (1372m) uit. De route liep verder over de sneeuw langs de oever, maar ik verkoos om een kortere route te nemen door een stuk over het meer te lopen, over het ijs welteverstaan. Het ijs was overal nog minstens 30cm dik dus was dit nog veilig te doen. Daarna volgde een lang stuk door een witte wereld langsheen de westelijke oever van het grote en kille Kvitevatnet (1396m). Ondertussen was het net opgehouden met regenen. Er hingen nog wel veel middelhoge wolken met wolkenflarden eronder die de toppen van Falketind (2068m) en Uranostind (2157m) vrijwel constant verborgen hielden. Het was bovendien vrijwel windstil en veel beweging was er in de wolken ook niet te zien. Die speciale mystieke sfeer hing weer over de bergen. Het bracht spontaan oude duistere songs als “Den Gjemte Sannhets Hersker”, “Raabjørn Speiler Draugheimens Skodde” en natuurlijk “Glittertind” zelf van Dimmu Borgir en daarna “Skyggedans” en “Tåkeslottet” van Satyricon in mijn hoofd. Niet moeilijk om te voelen waar deze Noorse bands hun inspiratie vandaan hielden.

UradalsvatnetLangsheen het meer kwam ik op een gegeven moment een ongeveer 5m hoge sneeuwmuur tegen welke ik op diende te klimmen. Dichter bij het meer was deze gelukkig net niet steil genoeg om voor problemen te zorgen. Vervolgens doorkruiste ik rotsig terrein tussen het Kvitevatnet (1396m) en Uradalsvatnet (1316m) om dan af te dalen naar dit laatste meer. Deze afdaling ging weer veel over sneeuw en halfweg moest ik dan de rivier komende van het Kvitevatnet oversteken. Dit zag er weer een ferme uitdaging uit. De rivier was gemiddeld een meter diep met langs de oever aan de overkant een muur van sneeuw. Enkel via een stroomversnelling kon ik de rivier oversteken en zonder behulp van mijn twee wandelstokken had ik waarschijnlijk in het water gelegen. De rotsblokken lagen net niet diep genoeg om echt nat te worden en midden in de stroomversnelling lag nog eens een grote rotsblok waar over geklauterd diende te worden. Aan de overkant was het dan treden hakken in de sneeuwmuur om erop te geraken. Na dit spannende stukje was ik al snel aan het Uradalsvatnet (1316m). Verrassend genoeg lag er nog maar voor de helft ijs op dit grote meer. Langs de westelijke oever trok ik verder, weer meestal over sneeuw. UradalsvatnetToen ik dan uiteindelijk aan de noordpunt van het meer aankwam net onder Uradalsbandet (1430m), de col boven het meer, was de nacht alweer net ingezet. Ik vond snel een mooie bivakplek en stelde mijn tarp hier op terwijl mistflarden van over Fleskedalsbandet naar beneden dreven en zich over het meer uitspreidden. Tegelijkertijd verscheen er ook een wolkenmuur op Uradalsbandet die niet veel later eveneens de col overstak en naar het meer uitzakte zodat ik af en toe in de mist terecht kwam. Het was pas rond middernacht dat ik weer kon gaan slapen. Ondertussen was het zicht nu constant nihil geworden en… jawel, het begon weer te regenen.

Afstand: 19.0km
Duur: 8h20min
Klimmen: 860m
Dalen: 720m
Mensen: 5
Muggen: 7

Een vettig pak koeken met chocolat

Heel de nacht bleef het regenen en ’s ochtends ging het liedje gewoon verder. Ik viel dus weer in slaap, maar toen ik rond tien uur weer wakker werd was het droog en de wolken waren al goed opgetrokken. Weer even gevloekt tegen mezelf omdat ik zo tijd in beter weer aan het verliezen was. Snel maakte ik me vertrekklaar en het was dan rond elven dat ik aan de korte klim naar de col begon. Ondertussen verschenen al weer de eerste stapelwolken die de bergen weer deden verdwijnen. UradalenWanneer ik dan Uradalsbandet (1430m) over de nodige sneeuw had overgestoken kwam ik in het lieflijke Uradalen terecht. Hier volgde ik de duidelijke route verder langsheen de rechter kant van de rivier. Het is een mooi dal, maar erg kon ik toch niet genieten van de omgeving want de dalwanden staken alweer in de lage wolken. Na een heel stuk langzaam dalen verscheen weer struikgewas om dan op het einde van het dal een woeste puinhelling van grote rotsblokken te doorkruisen die het Hurrungbrestvatnet (1052m) hier afdamde. Eindelijk eens een stukje dat wat op de Pyreneeën leek.

Hierna kwam ik hoog boven het Utledalen uit. Dit dal is het diepst ingesneden dal in Jotunheimen en scheidt het wilde bergmassief van Hurrungane in het westen af van de rest van Jotunheimen. Het dal mondt een eindje verder uit in de Årdalfjord, een oostelijke uitloper van de Sognefjord. Ik vervolgde het duidelijke pad tussen de struiken en berken al afdalende verder tot ik dan uiteindelijk aan Skogadalsbøen (831m) uitkwam. Dit is een erg afgelegen bemande DNT-hut. Ik kon er geen middagmaal krijgen wegens problemen met de bevoorrading. Daarom nam ik me maar een vettig pak koeken met chocolat welke ik me in de gezellige stube helemaal naar binnen schrokte terwijl ik de lokale huttenbibliotheek uitpluisde.

Onder de blote sterrenhemel

UtledalenWeer buiten keerde ik een stukje terug over de route om dan verder zuidwaarts te trekken over het pad hoog boven het groene Utledalen. De uitzichten waren prachtig ondanks dat de bergtoppen van Hurrungane aan de overkant van het dal in de wolken bleven. Regelmatig stak ik een riviertje over en doorploeterde een modderig stuk, om dan later geleidelijk te stijgen tot ik zo uiteindelijk op de bergrug uitkwam tussen Utledalen en Fleskedalen. Het weer was zich aan het beteren en de stapelwolken trokken geleidelijk op. In mijn planning had ik Friken (1503m) met stip aangeduid. Op deze bescheiden bergtop zou ik kost wat het kost gaan overnachten. Ik verliet dus hier de route en klom over ruiger terrein en sneeuwvelden noordwaarts over de bergrug. Bivak FrikenNa een klein uur bereikte ik zo de top van Friken met zijn grote steenman. Het begon ondertussen helemaal op te klaren, maar er stond wel een erg koud briesje. Het ging een droge heldere nacht worden, maar aan de horizon in het zuidwesten zag ik alweer het volgende cirrusscherm verschijnen. Ik zag nu al dat het in de loop van morgen weer zou gaan regenen. Morgenochtend best zo vroeg mogelijk vertrekken dus. Ik genoot nog volop van het spectaculaire uitzicht op de bergen van Hurrungane en Fannaråken (2068m) aan de overkant van het Utladalen die nu wel allemaal te bewonderen waren. Het Hurrunganemassief was indrukwekkend. Lange tonggletsjers die hun oorsprong vinden op de flanken van die spitse bergpieken. Het had wat weg van een mini Mont Blanc massief. Alleen enkel die berg met zijn sneeuwkap ontbrak nog. UranostindAan de andere kant waren Uranostind (2157m) en de spitse Stølsnostind (2074m) eveneens te bewonderen. Zij kleurden mooi in oranje tinten bij het ondergaan van de zon. Rond zonsondergang kroop ik dan in mijn slaapzak. Mijn tarp had ik hier niet recht gezet vermits het toch droog ging blijven deze nacht. In plaats daarvan sliep ik op mijn matje met een dikke ring van stenen die ik er rond had gestapeld om wat beschut te liggen tegen de wind.

Afstand: 17.0km
Duur: 8h20min
Klimmen: 600m
Dalen: 1260m
Mensen: 8
Muggen: 31 of daaromtrend

De diepe afgrond

Toen ik iets na vier uur net voor zonsopgang mijn ogen opende zag het er al niet goed uit. Hoge sluierwolken meegevoerd in de straalstroom raasden over met daaronder al de eerste altocumulus velden. Dat het straks weer stevig ging regenen was meer dan overduidelijk en met die wolken volgde uiteraard geen kleurrijke zonsopgang. Het was 3°c. Pas rond zeven uur ging ik op weg. Zo daalde ik weer af over de bergkam. De sneeuwvelden waren nu nog beenhard door de heldere nacht. Een eind lager nam ik zo het pad weer op en daalde zo verder het Fleskedalen in. De wilde rivier werd via een hoge hangbrug overgestoken en zo kwam ik op het plateau van Vettismorki uit. Dit uitgestrekte plateau wordt in het westen begrensd door een immense rotswand die de afgrond vormt met het Uksedalen. VettisfossenHet is over deze afgrond dat een eindje verder Noorwegens 2de hoogste waterval naar beneden dondert. Ik heb het over de Vettisfossen. Maar voor ik aan deze waterval aankwam diende ik nog heel het plateau te doorkruisen. Dit ging doorheen stukjes berkenbos afgewisseld met open stukken moeras met veel onaangename drassige stukken. Ongeveer halfweg op het plateau kwam ik dan omstreeks tien uur aan Ingjerdbu (690m) uit. Dit is een onbemande hut op het plateau. De luie Noren die er voorbije nacht hadden overnacht waren net uit hun nest gekropen.

Ik trok verder en kwam dan niet veel later aan de bovenkant van de Vettisfossen uit. Deze waterval is echt onbeschrijflijk. De afgrond komt helemaal als een verrassing uit het niets voor je opdoemen met dan die massa water die zich hier 275m naar beneden laat vallen. Vetti GardNa een hele tijd het schouwspel te hebben bewonderd trok ik verder. Zo stak ik de Morka Koldedøla, de rivier die de Vettisfossen vormt, over via de plaatselijke brug en begon dan aan de steile kronkelende afdaling doorheen het loofbos het Utledalen in. Beneden in het dal kwam ik zo aan Vetti Gard (360m) uit, een kleine knusse private berghut die nog net door dagjesmensen bereikbaar is met de auto via de grindweg door het dal. Ik was er aanvankelijk alleen en bestelde er een stevige kom soep. Zonder te weten wat voor soep er eigenlijk voor me werd klaargemaakt, kreeg ik dan weer bloemkoolsoep voorgeschoteld net zoals in Torfinnsbu. Ondertussen vonden de eerste dagjesmensen, op weg naar de voet van de Vettisfossen, de hut. Naar de voet van de waterval ging ik nu naartoe. Via het smalle pad vervolgde ik doorheen het dal langsheen de woeste rivier. De onderkant van de Vettisfossen mag er best ook zijn, maar de dagjesmensen missen het veel mooiere zicht bovenaan de waterval.

Zondvloed nummer 2

UtledalenNiet veel later keerde ik een stukje terug om dan de hangbrug over te steken over de rivier. Aan de overkant begon dan zo één van de zwaarste klimmen uit de gehele tocht. De klim naar de onbemande DNT-hut Stølsmaradalen (840m) vooraan in het gelijknamige dal telt “slechts” een 540 hoogtemeters, maar is vooral zwaar omdat hij erg ruig en immens steil is met vaak een onduidelijk pad. Ik klom al zwetend naar boven en kwam regelmatig stukjes tegen waar ik me op de steile rotsbodem met behulp van boomtakken en boomstammen naar boven diende te sleurde. Niet ver op de klim begon het dan te regenen. Hogerop had ik nog mooie uitzichten op de Vettisfossen en Vettismorki aan de overkant, maar meer en meer werd het met de kop in de grond verder lopen doordat het na een tijdje met bakken begon door te regenen en te waaien. Mijn broek en benen werden kletsnat, mede ook door het natte struikgewas. Mijn humeur zakte zo wat een beetje naar onweer.

VettisfossenToen ik dan omstreeks vier uur aan het eindpunt van het Stølsmaradalen aankwam zag ik de hut liggen. Er was volk want er kwam rook uit de schoorsteen en er stonden twee tenten opgesteld. Nabij de hut werd ik toegeblaft door twee husky’s die zielig aan een boom waren vastgebonden. Als een duivel in het donkere weer, of beter een verzopen waterkieken in de zondvloed stormde ik de hut binnen. Aan hun gezicht te zien moest ik nogal een indruk hebben gemaakt op de aanwezigen. Vooraan in de inkomruimte was de vader van een Noors gezin hun maaltijd aan het klaarmaken op het gasfornuis. Verder binnen aan de houten tafel zat dan de rest van het gezin met nog een ander Noors koppel. In het kamertje achterin in de hut zaten dan nog twee Engelsen die blijkbaar liever niets met de rest wilden te maken hebben. De jonge vader vroeg me al direct van waar ik kwam. Zij kwamen van Avdalen en gingen morgen met hun kinderen en husky’s de steile afdaling nemen. Ik waarschuwde hem al maar voor die moeilijke route. Terwijl hij verder kookte voor zijn gezin nam ik de tijd om water te verzamelen en mijn tarp op te stellen nabij de hut, want al hoewel ik nu verzopen was, dacht ik er niet aan om een dure nacht in de hut door te gaan brengen. Het gezin ging ook in hun tentjes slapen. Toen ik terug naar binnen trok, bereidde ik nog mijn maaltijd klaar en schoof mee aan tafel bij de Noren. Daarna vroeg ik hen of ze zo’n natte zomer al ooit meegemaakt hadden. Geen van hen kon de zomer zich al ooit zo verzopen voorstellen. De vader wist me te vertellen dat tijdens de zomer van 2006 het berglandschap zelfs geel zag van het verdorde gras. Later vertelde ik over de tochten die ik al ondernomen had in de Alpen en Pyreneeën waar ze erg nieuwsgierig naar waren. Zij waren nog nooit buiten Noorwegen geweest.

Tijdens de avond wenste ik hen een goeie nacht en trok naar buiten om te gaan slapen onder mijn tarp. Deze had ik nu weer vlak aan een hoge rotsblok opgesteld zodat de wind de regen niet onder het zeil kon blazen. Het was nu wel even droog geworden, maar nog voor ik in slaap viel begon het alweer te regenen.

Afstand: 11.5km
Duur: 6h50min
Klimmen: 1200m
Dalen: 280m
Mensen: 0

The king of Hurrungane

StølsmaradalenEn wat deed het die ochtend nog steeds? Inderdaad, goed regenen. En zou het tijdens de middag nog niet stoppen met regenen? Nee, tuurlijk niet! Pas tegen vijven hield het op. Ondanks dat bleef de wind wel waaien en de lage wolken wilden niet echt van opstijgen weten. Zo vertrok ik weer erg laat op pad. Ik vervolgde mijn weg over het onduidelijke paadje achter de hut, klom zo het Stølsmaradalen uit om dan hoog boven het Utledalen verder te lopen waarbij ik nog een tijd lang een mooie terugblik had op Vettisfossen in de verte. Utledalen met FrikenNadat ik de col nabij Snørestødet (1220m) overgestoken had, waar ik weer enkele lemmings tegen het lijf liep, kwam ik dan aan de steile afdaling aan die me vooraan in het Midtmaradalen zou brengen. Deze afdaling liep al kronkelend erg steil naar beneden. Door al de nattigheid was het oppassen geblazen. Er waren niet alleen glibberige stukken maar de ondergrond was op sommige plekken eveneens zo verzadigd dat de dunne bodem op de rotsige ondergrond zo naar beneden leek te kunnen gaan glijden. Gelukkig gebeurde dit niet onder mijn gewicht en kwam ik veilig in het Midtmaradalen aan. Hier vervolgde ik mijn weg stroomopwaarts langs de linker kant van de wilde rivier. Vooraan vond ik nog een steenmannetje maar al gauw was van een pad of steenmannetjes geen sprake meer.

Het Midtmaradalen is een mooi dal dat de gletsjers ooit zodanig moeten hebben geboetseerd dat het nu de perfecte U-vorm heeft. Een laag wolkendek hing doorheen het dal. Het dal dringt diep in Hurrungane door en loopt achteraan dood op de steile flanken van Store Skagastølstind (2405m), de derde top van Noorwegen en de hoogste top in Hurrungane. Ginds in het dalhoofd wordt het erg ruig met op de steile bergflanken veel sneeuwvelden en twee gletsjers, Midtmaradalsbreen en Slingsbybreen. Waarom ging ik dan doorheen dit dal trekken? MidtmaradalenWel, bovenaan Midtmaradalsbreen bevindt zich een col genaamd Skagastølsbandet (1758m), langsheen welke men het wilde Hurrungane massief via een gewaagde route kan doorsteken. Het is wel geen gemakkelijke route en volgens informatie die ik voorheen op het internet had kunnen vinden zou deze route vroeg tijdens de zomer voor ervaren trekkers moeiteloos oversteekbaar zijn met een pickel (voor de steilere sneeuwvelden langs de kant van het Midtmaradalen). De Midtmaradalsbreen met zijn gletsjerspleten zou vermeden kunnen worden en langs de andere kant zou de noodzakelijke oversteek over Skarstølsbreen geen echte gevaren meer inhouden omdat deze gletsjer vrijwel spletenvrij zou zijn. Ik kan nu al verklappen dat deze info niet bepaald betrouwbaar was.

The King of HurrunganeIk trok dieper het stille Midtmaradalen in en botste niet veel verder op een oud solitair rendiermannetje. Hij zocht zich een plek om al liggende aan zijn herkauwritueel te beginnen. Ondertussen was ik al begonnen met foto’s van hem te nemen. Stilaan kwam ik dichter en dichter en uiteindelijk stond ik op vier meter voor zijn neus. In tegenstelling tot al die vorige bange rendieren die ik al was tegen het lijf gelopen was deze verre van schuw. Ik ging maar niet dichter om hem niet op te jagen. Een stuk verder in het dal vlak na het passeren van een gletsjerdrempel liep ik tijdelijk over een vlakte waar de rivier doorheen slingerde in verscheidene armen. Hier werd ik plots weer opgeschrikt door de ene lemming na de andere die vlak voor mijn voeten wegschoten op zoek naar dekking tussen de weinige kleine struikjes. Ik had daarstraks al eerder enkele lemmings opgemerkt in het dal.

Een benarde situatie

Midtmaradøla in het MidtmaradalenVerderop veranderde alles stilaan en begon het ruiger te worden. Ik diende namelijk weer sneeuwvelden over te steken en later ging het enkel nog over sneeuw verder. Verschillende zijstromen van de rivier werden voorzichtig overgestoken via sneeuwbruggen met tot slot de wilde rivier zelf die nog hier en daar onder de sneeuwmassa tevoorschijn kwam. Nu was ik in het dalhoofd aangekomen en merkte hier nu plots twee steenmannetjes op die net boven de sneeuw uit staken. Tevens zag ik nu goed op de steile rotswand achteraan het dal met links de eindtong van Midtmaradalsbreen. Ik bestudeerde nog eens de route die ik zou moeten gaan nemen. De enige plek langs waar ik hier omhoog kon geraken leek het sneeuwveld rechts onderaan de rotswand. Hier kon ik zo via een korte passage langsheen de rotswand weer op een volgend steil sneeuwveld terecht komen dat me verder via een met sneeuw gevulde couloir reeds tot hoog op de flank kon brengen. Hoe het dan verder liep kon ik niet meer zien door de lage wolken.

Over de sneeuw steeg ik verder tot onderaan het sneeuwveld en kwam geen steenmannetjes meer tegen. Hier aan het sneeuwveld verkoos ik om eerst een stuk over een puinhelling van rotsblokken omhoog te klimmen om zo de sneeuw te vermijden. Halfweg betrad ik zo het sneeuwveld, gespte mijn stijgijzers aan mijn schoenen, bevestigde mijn wandelstokken op mijn rugzak en nam in de plaats mijn pickel in de hand. MidtmaradalenSchuin klom ik over het sneeuwveld verder dat bovenaan goed 45° steil was. Dan kwam ik op een band op de rotswand uit waar ik even moest zoeken om dan met stijgijzers aan op de rotsen naar een volgende band te klimmen. Verder diende ik nog een luchtige passage te nemen door een wirwar van rotsblokken en blokken naar beneden gedonderde sneeuw te passeren waarbij ik me beveiligde door mijn pickel in de aanwezige sneeuwblokken te boren. Dan kwam ik op het tweede sneeuwveld terecht welke zo’n 30° steil was. Dit stak ik over en klom zo verder de couloir in. Ondertussen was het al donker aan het worden. Het was reeds half elf. Vooraan in de couloir zag ik dan toch nog een steenman op een rots en wist ik dus dat ik inderdaad de juiste route was aan het nemen. De couloir werd zo’n 55° steil. Ik diende mijn stijgijzers goed in de sneeuw te stampen en had al mijn krachten nodig om me met behulp van mijn pickel naar boven te hijsen. Dit was nog maar net te doen met mijn zware rugzak. Volgens de info die ik op het internet was tegengekomen zouden er hier kabels in de rotsen bevestigd zijn om deze passage veilig te kunnen nemen. Ik zag geen kabels. Ze lagen waarschijnlijk nog bedolven onder de sneeuw.

Bovenaan de couloir nam ik geen tijd om wat uit te rusten, maar vervolgde meteen de klim verder. Deze liep nu matig steil verder over een dik pak sneeuw. Het zicht werd ook wat minder. De wolkenbasis hing vlak boven me. Ik begon te twijfelen of ik niet op de gletsjer zat, maar klom verder zo goed mogelijk rechts blijvend, weg van de gletsjer. Heel de gletsjer links van me lag nog onder de sneeuw met hier en daar een crevasse die zich al had geopend. Het gletsjerijs lag nog nergens bloot. Een heel stuk hoger kwam ik dan plots in een benarde situatie. Vlak voor me doemde toch onverwacht een gletsjerspleet op. Ik stond er een meter voor en had ze niet eerder opgemerkt door al dat wit voor mijn ogen. Ze was maar een halve meter breed maar wel tientallen meters lang. Een paar meter hoger zag ik de volgende liggen. Nu ik hier toch was boog ik eens voorover om te zien hoe diep ze was. Toen ik naar beneden keek begon mijn hart wel even paniekerig te bonken. De spleet werd beneden breder en leek zeker twintig meter diep. Ik bleef rustig staan en dacht na wat te doen. Verder naar rechts kon ik niet. Er waren daar rotsen die te steil waren om over te lopen. Ik had dus geen keuze en diende verder naar links dieper de gletsjer op te gaan. Voorzichtig liep ik verder en klom niet meer verder om zo het convexe stuk waar waarschijnlijk nog meer gletsjerspleten onder verborgen lagen, te vermijden. Zo kwam ik een eind verder onderaan een rotsband uit die hier boven de gletsjer uit stak. Hier klom ik schuin weer naar rechts verder over de sneeuw naar boven vlak langs de rotsband. Hogerop kwam ik zo weer duidelijk op sneeuwvelden terecht door de vele rotsen die nu om me heen uit de sneeuw staken.

Niet veel verder doemde dan uiteindelijk Skagastølsbu (1758m) op in de schemering. Dit is de kleine stenen noodbivak op Skagastølsbandet die door klimmers vaak gebruikt wordt als tussenbasis om Store Skagastølstind (2405m) te beklimmen. De wolken waren ondertussen langzaamaan aan het optrekken. “Als ik klimmers aantref in de hut dan moet het morgen zeker beter weer worden,” was ik in mezelf aan het denken. Omstreeks half twaalf trok ik de stroeve deur open en wanneer ik naar binnen keek zag ik inderdaad een paar mensen al in hun slaapzak op de grond liggen. Snel deed ik de deur maar weer terug dicht om dan buiten maar mijn maaltijd te bereiden zodat ik hen binnen niet wakker maakte. Het was dan bijna half één wanneer ik naar binnen trok en me in de duisternis binnen in het hutje vooraan in het smalle gangetje op mijn matje in de slaapzak op de grond neerlegde… met mijn hoofd naar de deur.

Afstand: 16.5km
Duur: 7h20min
Klimmen: 1270m
Dalen: 960m
Mensen: 22

Hoofdpijn

“Stemmen buiten… Ze komen dichter… Ze staan voor de deur… Ze doen de deur open… Auw!!! De deur bonkt tegen mijn hoofd. In het felle binnen schijnend buitenlicht een onnozele lachende Noorse puber boven mijn gezicht. Verdomme! Hij trekt al lachende de deur terug dicht, en vertelt tegen zijn gezelschap dat hij weer punten heeft gescoord.”

Store SkagastølstindPfff, het was me nogal een schoon begin van de ochtend op Skagastølsbandet. Ik kwam snel recht, kleedde me aan, pakte mijn spullen bij elkaar en trok naar buiten terwijl de drie andere Noren in het hutje met enige vertraging aan hetzelfde ritueel begonnen.

Buiten was het mistig. Lage wolken trokken doorheen de bergpas, maar daarboven scheen de ochtendzon al. Het ging inderdaad een mooie dag worden. Het groepje Noorse klimmers had zich een eindje verderop teruggetrokken. Het leken allemaal nog tieners. Die Noren beginnen ook vroeg met alpinisme. Ik at mijn ontbijt buiten aan de hut terwijl het groepje van drie nog half slapend het hutje kwam buiten gestrompeld. Austre MidtmaradalstindDaarna genoot ik van het wolkenschouwspel en de machtige bergen rondom met Store Skagastølstind (2405m) die als een kleine Matterhorn de omgeving boven de bergpas domineerde. Deze berg kan enkel gezekerd en met klimtouw veilig beklommen worden. De eerste groep jonge klimmertjes vertrok na een hele tijd talmen dan toch eindelijk naar de top van deze berg met hun nodige klimmateriaal. De andere drie niet veel later. Ik keek hen nog een tijdje na en vertrok dan op weg.

Een beeld uit de Himalaya

Op Skarstølsbreen volgde ik de voetsporen van de klimmertjes naar beneden. Ook deze gletsjer was nog vrijwel volledig bedekt met sneeuw. Fremste SkarstølsvatnetEnkel een eindje lager lag een stukje ijs bloot en het was hier dat ik wel degelijk gletsjerspleten zag loeren. Het spoor ging er weids omheen. Van de gletsjer af traverseerde ik nog enkele sneeuwvelden boven het Fremste Skarstølsvatnet (1370m). Aan de noordpunt van dit meer kwam ik niet veel later aan. Hier nam ik even een pauze. Lage wolken kwamen weer langzaamaan doorgestegen van lager in het dal. Het meer met de bergen was een ongelooflijk zicht. Er dreven nog enkele kleine ijsschotsen op het meer en de met gletsjers beklede Dyrhaugstindane op de achtergrond leek wel een plaatje uit ergens in de Himalaya te zijn als ik de schaal een beetje uitvergrootte in gedachten.

LemmingjongNa de pauze daalde ik verder af door het dal onder de lage wolken. Ik kwam nog enkele lemmings tegen en kruiste dan een Noors koppel waarmee ik aan de babbel sloeg. Na een praatje over waar ik deze ochtend vandaan kwam ging het over de klimmers van die ochtend op Skagastølsbandet (1758m). De vrouw werd plots een beetje furieus toen ik hen negatief moest antwoorden op hun vraag of ze gezekerd over de gletsjer waren gegaan. Ze maakte nog een opmerking in het Noors tegen haar man die me iets leek op “Het is altijd hetzelfde met onze Noorse jeugd.”

Ongebaand terrein

Lager in het dal vond ik de afslag niet die me over een vager pad uit het dal zou leiden naar enkele meren op een plateau hoog zuidelijk boven het Helgedalen. Zo verliet ik uiteindelijk zelf maar het pad en klom door het struikgewas omhoog tot ik uit het dal op het plateau uitkwam. Hier ontdekte ik dan toch enkele steenmannetjes, maar een pad was er niet. Rendieren waren er wel. Een hele troep lag te luieren onderaan de berghelling. Toen ze me opmerkten vluchtten ze langzaam het dal in, met het dominante mannetje voorop.

Een eind verder kwam ik aan het eerste meertje op het plateau uit met een mooi zicht op Fannaråken (2068m), de berg die mijn einddoel moest worden voor vandaag. Fannaråken en meertjeDe lage wolken waren ondertussen opgetrokken en de zon begon nu uitbundig te schijnen. Dit was de allereerste keer in die tien dagen dat ik nu eens eindelijk een blauwe lucht zag met een fel schitterende zon. Maar helaas, ik zag alweer de eerste sluierwolken in een treinvaart vanuit het westen aanstormen en ik wist meteen dat dit mooie weer weeral slechts een kort intermezzo ging zijn. Aan het meertje plofte ik neer en hield er de middagpauze.

Later passeerde ik nog het tweede meer op het plateau dat felgroen was gekleurd door het smeltwater van Styggedalsbreen. Het zicht op deze gletsjer en de hoogste toppen van Hurrungane van aan dit meer was weer om bijna een hartstilstand van te krijgen. Ik diende heel het meer via het zuiden om te lopen om dan steil af te dalen naar Helgedalsbotnen (1000m), het dalhoofd van het Helgedalen aan de voet van Fannaråken (2068m). Hier aangekomen begon ik meteen met de klim naar de berg.

Is da nu Jotunheimen? 

Op de top van Fannaråken (2068m) staat een bemande DNT-hut. Het is de hoogste berghut van Noorwegen en deze wordt tevens redelijk druk bezocht door dagjesmensen die de klim naar de berg gemakkelijk weten te vinden van aan de bekende Sognefjellet autoweg lager in het Helgedalen nabij Turtagrø. HelgedalenEen duidelijk pad bracht me al zigzaggend hoger op de berg. Regelmatig passeerde ik dagjesmensen die weer naar beneden kwamen, of stak ik een troep voorbij die waarschijnlijk gingen overnachten in de hut. Het zicht van op de klim werd adembenemend, hoewel de zon al wegkwijnde achter de middelhoge wolken die kwamen opzetten vanuit het zuidwesten en de stapelwolken die de toppen van Hurrungane nu bedekten. De Jostedalsbreen, één van Europa’s grootste plateaugletsjers werd zichtbaar alsook een stukje van de Lustrafjord, weer zo één van die uitlopers van de Sognefjord. Jotunheimen zelf, dat aan de andere kant van de berg lag in het oosten was niet te zien. De klim was erg lang maar ik maakte er speciaal een prestatie van om ondanks mijn zware rugzak in slechts iets langer dan anderhalf uur de 1060m te overbruggen. Ik wou immers nog zo goed mogelijk kunnen genieten van het uitzicht op de top alvorens het slechte weer dat in aantocht was spelbreker ging spelen. Alles en iedereen dat maar voor me op het pad al klimmende opdaagde haalde ik in.

Centraal JotunheimenToen dan bijna boven plots het zicht over Jotunheimen voor me opdoemde riep ik spontaan de volgende woorden die ik niet snel meer zal vergeten: “Shit man! Is da nu Jotunheimen!?” Voor de allereerste keer tijdens de tocht zag ik eens echt waar ik nu al tien dagen had door rondgelopen. Een wit sprookjesachtig berglandschap doemde op waar steile spitse grijs grauwe bergpieken doorheen priemden. Een zicht dat even goed uit de Lord of the Rings kon zijn geplukt. Voor de allereerste keer eens geen lage wolken die het zicht over Jotunheimen belemmerden. Maar lang duurde dit niet meer.

Een ware varkensstal 

Op de top bij de hut was er nogal wat volk. Er stond een kille wind en Hurrungane verdween onder een dik wolkendek. Ik genoot nog van het mooie uitzicht en trok dan de hut binnen. Ik ging me voor één keer laten verleiden door een overnachting in een hut. Met het slechte weer dat in aantocht was leek een overnachting buiten op de top een veel te gevaarlijke bedoening te gaan worden. De huttenwaard, een jonge kerel, stuurde me naar het tweede gebouw alwaar de slaapruimten zich bevonden. Ik was nummer 35 boven en had nog net een bed kunnen bemachtigen. De hut telt slechts 36 bedden en bijna elke avond zijn er mensen die op matrassen dienen te slapen tussen de bedden in. Het was er een ware varkenstal. De hut is veel te klein. Later aan tafel wist een Noorse me te vertellen dat het altijd zo is in de Fannaråkhytte. Het gebeurt dat er zelfs zo veel volk is dat de slaapruimten overvol zitten en dat er mensen dienen te overnachten op matrassen tussen, onder en zelfs op de tafels en banken in de eetruimte in het hoofdgebouwtje van de hut. FannaråkhytteHet was er anders wel gezellig in het eetzaaltje, maar we zaten wel dicht opeen gepropt aan tafel. Het menu was overigens weer bloemkoolsoep. Wat die Noren hebben met bloemkoolsoep weet ik niet, maar het leek ondertussen toch geen toeval meer te kunnen zijn dat ik telkens bloemkoolsoep kreeg voorgeschoteld. Of denk je van wel? Toch wel? Wel, het hoofdmenu bestond uit gekookte aardappelen, broccoli en weer zo’n blinde vink. Was ook dat weer niet net hetzelfde als in Torfinnsbu? Ja dus! Maar hetzelfde of niet, ik profiteerde ervan om mijn bord wel drie maal bij te vullen. Mensen bekeken me, maar wat kon me dat schelen. Truyenaars kunnen er nu eenmaal niets aan doen dat ze een veel te grote maag hebben, familietrekje. Het dessert brak dan toch de regel. Dat was een kommetje fruit uit blik.

Toen ik dan na het eten buiten weer naar de slaapruimte trok hing er al een dikke mist en regende het bij een stormachtige wind. Het was rond negen uur dat ik al in mijn slaapzak lag in één van de bedden, maar het was nog tot elven een gestommel met ondermeer nieuwe gasten die pas laat de hut bereikt hadden en zich neerlegden op matrassen op de grond, de doorgang door de deur voor de andere gasten versperrend. Ik probeerde me maar niets van de wantoestanden aan te trekken en viel uiteindelijk toch in slaap.

Afstand: 22.5km
Duur: 8h45min
Klimmen: 570m
Dalen: 1320m
Mensen: 26

Zondvloed nummer 3

De 12de dag… absoluut de topdag van de tocht! Op deze dag alleen heb ik meer gelachen dan tijdens alle andere dagen tezamen. Waarom lachen? Ik vond mezelf weer helemaal terug.

JervvatnetAls één van de eersten uit de veren. Stipt om 8 uur hol ik als eerste de ontbijtzaal binnen en prop me weer eens goed vol. Daarna vlug afrekenen en vertrekken. Buiten nog steeds dikke mist, regen en een stormachtige wind. Het is 4 graden op de top. Met 10 tot 20m zicht over grijze rotsen van steenman tot steenman. Later daalt het steviger. De route raakt zoek in de mist. Dan vind ik hem toch weer. Vervolgens over sneeuwvelden… beneden weer aan de rotsen… waar loopt de route nu verder? Ogen tastend naar steenmannetjes… gevonden… verder… in het witte decor duiken ijsmeertjes op van onder het lage wolkendek… en dan weer alles potdicht… fototoestel al doornat… toch blijf ik foto’s trekken… Jervvassbreenhet Jervassdalen… witte sneeuw, witte mist, wit meerijs… grenzen vervagen… alles wordt één geheel… tot schimmen opduiken in de mist… het zijn maar steenmannen… koele handen… beekje over… afdalend door het Jervassdalen… eindelijk onder de wolken… een gletsjerschim… bergwanden beladen met watervallen… water, water, overal stroomt water… modderpaden… plassen… paden als beekjes… de Utla aan bankfull debiet… berken staan in het kolkende water… door het Storutledalen… nog eens waterpaden… modder… door beekjes waden… struiken met druppels overbeladen, elke stap schoongewassen… kletsnatte broek… G1000 plakt kil aan de bil… schoenen vol… zuigend en klotsend… druppels stromen van de regenkap… druppels stromen onder de kap… druppels stromen op de huid… druppels glijden op de buik… naar beneden in de broek.

Gezwollen UtlaTegenliggers met sip gezicht… tegenliggers jammerend… tegenliggers verbaasd kijkend… want den dzjow is de enige die lacht… denkend aan die vergelijkbare tijd met Lookie aan de Voorne op die verregende herfstwoensdagnamiddagen… den dzjow spiest door het water… nattigheid spat op tot in zijn gezicht… wat maakt het uit… en tegenliggers maar bang van het water…

Het Rauddalen… geen mens meer… constant stormwind op kop… wind uit het oosten… gekanaliseerd doorheen het dal… met regen bekogeld in het gezicht… weer velden sneeuw… nog eens rotsblokken… en de onvermijdelijke waterstromen… eindeloos…

StorutledalenEindelijk… het half bevroren Rauddalsvatnet in zicht… opdoemend van onder laag voortschrijdende wolken… zoekend naar die huizenhoge rotsblok… zoekend naar die windbeschutte bivakplek… gevonden… oostenwind zwakt ondertussen af… hoe stel ik hem op… laat me eens denken… depressie bijna boven mijn kop… nu oostenwind… straks gegarandeerd stevige westenwind… ingang hoog naar het westen en naar de rots… uiteinde met stenen muur naar de oostenwind… laat maar komen… ik blijf altijd droog… slaapwel.

’s avonds… regen… windstil… ’s nachts… regen… storm met westenwind… heviger dan eerder gedacht… maar de rots is mijn vriend… ze vangt de druppelbekogeling voor me op en ik blijf droog en goed gezind.

Afstand: 8.5km
Duur: 2h45min
Klimmen: 310m
Dalen: 60m
Bergtoppen: Mjølkedalstind (2138m; +3h20min)
Mensen: 4

Eindelijk

Het was tien na vier in de namiddag toen ik mijn spullen bijeen had en op weg vertrok. Ja, ik veronderstel dat ik ondertussen niet meer hoef te vertellen waarom het pas vier uur werd. Je zal de reden ondertussen al wel kennen.
Het was nu droog. Store Rauddalseggje en MjølkedalstindLage stapelwolken dreven over en hun wolkenbasis steeg geleidelijk op met hier en daar een stuk blauwe lucht als tussendoortje. De bergtoppen kwamen langzaamaan tevoorschijn. Ik vervolgde mijn weg langsheen de zuidelijke oever van het Rauddalsvatnet (1313m) en dat liep weer meestal over sneeuw. Het Rauddalen was schitterend. Gisteren onder die erbarmelijke omstandigheden had het ook al iets aparts. Voor me waren nu twee bergpieken verschenen, maar dan ook echte spitse pieken. Het waren Store Rauddalseggje (2168m) en Mjølkedalstind (2138m). Deze laatste moest het nu gaan worden. Niets kon me nu nog tegenhouden. Na al die toppen die ik al moest schrappen ging Mjølkedalstind de eerste worden. Ok,  Fannaråken was ik eergisteren al op geweest, maar die reken ik niet tot een echte beklimming vermits er een gemakkelijke bewegwijzerde route over deze berg loopt.

Aan de oostpunt van het Rauddalsvatnet verliet ik de route en klom pal in de richting van de berg. Wat hogerop gooide ik mijn rugzak af en liep verlicht verder, stak een groot sneeuwveld over en klom daar over grote rotsblokken naar de kam. MjølkedalstindOver de kam ging het dan verder, soms kleine stukjes met handen en voeten. Ik passeerde vanuit de tegenrichting nog twee Noren, twee tieners waren het van een jaar of zestien, en een stukje hoger een vader met zijn zoon. Zij kwamen van Olavsbu, de zelfvoorzieninghut een eindje verder in het dal aan de voet van de berg. Zij hadden de berg dus beklommen door een stuk over de gletsjer te lopen, wel riskant zonder gletsjerbeveiliging. Het laatste stuk naar de top verliep erg smal. Bij hevige wind is deze berg een gevaarlijke bedoening. Het zicht op de top sloeg me een beetje tegen. Overal om me heen met sneeuw gevulde dalen waar met ijs bedekte meren zich schuil hielden. Daartussen grijze met sneeuwvelden bedekte bergruggen en -pieken en de stapelwolkjes die vlak over de top voorbij raasden. Er stond een ijskoude wind. Het snot vloeide spontaan uit mijn neusgaten.

360° panorama Mjølkedalstind (2138m)

Krakende geluiden

SnøholtindWeer beneden raapte ik mijn rugzak op en zette mijn weg verder doorheen het Rauddalen. Zo kwam ik niet veel verder aan Olavsbu (1440m) aan en dat in een mooi door de laagstaande zon belicht decor. Hier stak ik de rivier over en trok dan de hut binnen. Ik vroeg aan de waard of er chocola in voorraad was want mijn voorraad chocoladerepen waren ondertussen op geraakt. Maar dat hadden ze niet. In plaats daarvan nam ik maar een pak met chocola bedekte koeken en chocolade energiereep. MjølkedalstindToen ik deze laatste reep op had vertrok ik weer meteen op weg. Ik liep nu noordwaarts en klom geleidelijk over lange sneeuwvelden naar de Rauddalsbandet (1570m). Dit is de col tussen het Rauddalen en Semeldalen. Pas op de col zocht ik me een bivakplek terwijl de zon ondertussen weer net onder was gegaan. Het werd een schacht tussen hoge rotsblokken en een rotswand, de enige plek waar ik een twee meter min of meer vlakke ondergrond vond. Uiteraard overnachtte ik onder de blote hemel, zonder tarp. De nacht was wolkenloos en koud en later tijdens de nacht werd ik enkele malen wakker van vreemd krakende geluiden. Ik kon me niet inbeelden wat dat kon zijn. Maar kom, verder slapen was de boodschap.

Afstand: 8.0km
Duur: 2h30min
Klimmen: 130m
Dalen: 290m
Bergtoppen: Skarddalstind (2100m; +1h45min), Langvasshøe, Visbretind en Kyrkja (resp. 2030m, 2234m, 2032m; +5h30min)
Mensen: 29

Die ochtend werd ik weer wakker van dat vreemd krakende geluid. Ik kon me nog steeds niet voorstellen wat het was. Toen ik dan water ging halen aan het kleine meertje een stukje lager van de col zag ik dan wat er aan de hand was. Het meertje was nog voor de helft met dikke ijsschotsen bedekt, maar het had voorbije nacht tot zo’n vier graden gevroren waardoor het wateroppervlak tussen de ijsschotsen veranderd was in een vers dun ijslaagje. En dit ijslaagje werd bij regelmaat verpletterd en aan diggelen geslagen net als een ruit wanneer de wind de ijsschotsen weer eens in beweging bracht. Je moet het maar door hebben van op afstand.

Extraatje

SkarddalstindWanneer ik het ontbijt naar binnen had gespeeld, liet ik mijn spullen achter op de col. Ik ging eerst Skarddalstind (2100m) beklimmen. Deze berg had ik niet in mijn planning opgenomen, maar deze leek erg eenvoudig te beklimmen van op de col. Over grote sneeuwvelden steeg ik zo naar de flank van de berg, betrad vervolgens de kam die ik uiteindelijk matig steil over grote rotsblokken beklom tot op de top, heel eenvoudig. Het uitzicht beviel me heel wat meer dan op Mjølkedalstind gisteren. Onder de steile noordwand lag een crevasserijke gletsjer en verderop in het noorden bestudeerde ik Visbretind (2234m) en Langvasshøe (2030m). Ik was namelijk van plan om deze bergen later op de dag nog te beklimmen.

360° panorama Skarddalstind (2100m)

Weer beneden nam ik meteen mijn rugzak weer op en begon met de afdaling van de noordkant van Rauddalsbandet (1570m). Uiteraard liep dit vrijwel constant over sneeuw. Niet veel verder werd de helling redelijk steil, maar er was een duidelijk spoor in getrokken. Twee trekkers zaten beneden roerloos naar boven te turen. Zij hadden zich vrijwel vast gelopen. Ze hadden het spoor niet gevolgd en waren nu wanhopig naar mij aan het loeren. Ik las hun spijt zo af in hun blik, een blik die me vertelde van: “Waren we maar hoger gebleven op het spoor, dan zaten we nu waar die kerel probleemloos loopt.” Ik vervolgde de afdaling verder.

Beneden kwam ik weer meer op vaste ondergrond terecht en vervolgde nu de duidelijke steenmannetjes verder, stak nog enkele stroompjes over en kwam dan aan de westpunt van het Langvatnet (1368m) uit. Hier hield ik even halt voor de mooie terugblik op de col en Skarddalstind.

Weer een eindje verder kwam ik aan de rivier aan in het dal. De oversteek was iets dat weer niet als een fluitje van een cent te klaren leek. De steenmannetjes loodsten me naar een plek waar ik zeker goed nat ging worden. Ik negeerde de plek en stak de rivier een eindje verder over waar het water wilder over dikkere rotsen stroomde. Uiteindelijk kon ik mijn voeten net droog houden.

Vervolgens liep ik langsheen de noordelijke oevers van de Høgvagltjønnen (1400m & 1445m) verder lichtjes klimmend omhoog door het dal. Øvre HøgvagltjønnenOp het einde ging het gestaag omhoog en bereikte ik al snel Høgvaglen (1518m). Een half uurtje verder lopen lag Leirvassbu, een private berghut diep in Jutunheimen die met de wagen te bereiken is. Er liepen dus ook geregeld dagjesmensen over de col. De meesten van hen waren hier verder naar boven gegaan om Kyrkja (2032m) te beklimmen en kwamen nu gestaag naar beneden. Ik klom een stukje van de col vandaan en stopte mijn rugzak weg achter de rotsen om dan verlicht de klim naar boven aan te vatten. Hogerop kwam ik weer veel lange sneeuwvelden tegen en wanneer ik aan de indrukwekkende voet van Kyrkja aankwam, negeerde ik de berg en liep oostwaarts verder over de heuvelende bergkam om eerst Visbretind te gaan beklimmen. De dagjesmensen die Kyrkja waren afgedaald keken me onbegrijpelijk na.

De weg naar Visbretind was nog erg lang. De kam liep met behoorlijke stukken stijgen en dalen. Zo ging het een dik uur verder tot ik aan de voet van Langvasshøe (2030m) aankwam op een dik sneeuwveld bovenaan de kleine gletsjer. Deze 2000der stond eigenlijk als het ware nog in de weg om Visbretind te bereiken. Visbretind en LangvasshøeDe route liep over de top van deze berg verder en leek niet van de poes. Ik klom steil op handen en voeten omhoog over grote blokken. Een goeie 150m hoger dacht ik dat ik dan bijna de top van Langvasshøe bereikt had wanneer ik op een plateau aankwam, maar de top was nog steeds een heel eind verder en kon niet rechtstreeks bereikt worden. Ik trof hier weer enkele schaarse steenmannetjes aan welke me omlijden naar de zuidelijke kant van Langvasshøe. Hier aangekomen moest ik weer steil op handen en voeten een wand van grote blokken opklimmen. Boven was de top nog steeds niet in zicht. Ik kwam weer op een klein plateautje uit. Steenmannetjes vond ik niet meer en maakte zo de gok om in een couloir vol met rood geoxideerde blokken verder te klimmen. Hogerop de couloir uit kwam ik dan eindelijk toch op de brede top van Langvasshøe terecht.

LangvatnetDrie Noorse vrouwen zaten hier uit te rusten. Ik begroette hen en vervolgde meteen verder naar Visbretind (2232m) wiens indrukwekkende zuidkant nu voor me lag te gapen. Eerst daalde ik weer een 100m af over een doods rotslandschap om dan weer te klimmen over een vaag pad tussen de met mos beklede rotsen. Een Noor kwam net afgedaald. Hij vertelde me dat het nog een 20 minuten was naar de top. Mij leek het nog een half uur te zijn. Steil klom ik verder zo snel ik kon (ik moest immers testen of ik die 20 minuten kon pakken). Later ging het weer af en toe op handen en voeten. Exact 21 minuten na de Noor bereikte ik de smalle top en zo’n 2 uur en 10 minuten van Høgvaglen. Hij had dus gelogen, de smeerlap. Het uitzicht werd wat ontsierd door de vele bewolking die intussen was aangedreven vanuit het noordoosten. KyrkjaVooral in het noorden en oosten was het nu zwaar bewolkt met de hoogste bergtoppen (ondermeer Galdhøpiggen en Glittertind) weer net in de wolken. In het oosten zag ik regen uit de bewolking vallen. Het kwam dus langzaam mijn richting opgedreven en ik had geen regenkledij meegenomen. Het mooie weer was weeral bijna voorbij. Ik realiseerde me dat ik nog slechts enkele uren had om terug op Høgvaglen aan te komen alvorens de regen ook hier arriveerde. En ik wou op de terugweg ook nog Kyrkja beklimmen…

Het verdere uitzicht van op de top was best mooi. Vooral de verticale noordwand met beneden de grote crevasserijke Visbrean boezemde ontzag in. Deze berg was duidelijk hoger dan de voorgaande die ik opgeklommen was want ik kon over vele bergen heen kijken.

Ik bleef niet lang op de top en wanneer ik de afdaling aanvatte kwamen de drie Noorse vrouwen bijna aan de top aan. Zij waren late vogels, Visbretindmaar hadden de berg beklommen via de oostkant komende van het Langvatnet net als de Noor die ik onderaan de berg had gekruist. Zij zouden veel sneller beneden zijn als ik. Na een goed anderhalf uur, weer de top van Langvasshøe over, zijn steile flanken afgedaald en de bulten op de kam over gewipt, stond ik weer aan de voet van Kyrkja. De steile smalle graat van de berg leek best wel eens moeilijke stukken te kunnen bevatten, maar als simpele dagjesmensen de berg op kunnen moet het wel te doen zijn. Ik klom meteen de graat op, eerst over grote blokken vervolgens over vaste rots. Meestal kon ik lopen over een vaag pad. Slechts halfweg en dichtbij de top waren enkele passages die steil klauterwerk met handen en voeten vereisten. Op de top werd het al langzaamaan donker. Het was nu overal zwaar bewolkt maar het regende nog niet. Na een tien minuten rondturen op de top daalde ik weer af. Beneden op Høgvaglen (1518m) pikte ik weer mijn rugzak op en besloot dan om verder van de col af te dalen naar het Leirvatnet (1401m) om daar aan de oever ergens mijn tarpje recht te zetten. Het was al nacht toen ik daarmee klaar was en net dan begon het te druppelen. Net op tijd. Het licht van de verlichting te Leirvassbu weerspiegelde op het meeroppervlak. Eens in mijn slaapzak viel ik als een blok meteen in slaap terwijl het licht door regende, regen die waarschijnlijk heel de nacht aanhield.

360° panorama Visbretind (2234m)

360° panorama Kirkja (2032m)

Afstand: 13.0km
Duur: 4h40min
Klimmen: 450m
Dalen: 300m
Bergtoppen: Søre Tverrbottind (1971m), Midtre Tverrbottind (2151m; +4h15min)
Mensen: 57

Ken ik u misschien?

Het regende nog lichtjes door ’s ochtends en ik bleef liggen, vermoeid van de lange beklimmingen gisteren. Ik wou Tverrbytnede bereiken vandaag en vermits dit Kyrkjaslechts op een dikke halve dag hier vandaan lag kon ik me een luie voormiddag veroorloven. Pas rond kwart voor elf kwam ik mijn nest uit. Ondertussen was het weer fel gebeterd. Platte cumuluswolken dreven langzaam over met tussenin fel blauwe hemel. Op weg naar Leirvassbu moest ik wennen aan de nieuwe gewoonten van die dagjesmensen. Telkens ik hen begroette met een vette Noorse “hey!” kreeg ik telkens stille verbaasde blikken over me heen die me hun gedachten zo verraden: “Ken ik u misschien?”

Te Leirvasbu (1405m) at ik een pannenkoek met room en confituur, hoewel de room al zuur begon te worden. Enkel pannenkoeken of cake stond hier op het middagmenu. Het is een echt onaangenaam hotel midden in de bergen. Ik maakte maar snel dat ik er weer weg was.

Om in te kaderen

De route bracht me nu eerst langsheen de noordkant van het Leirvatnet en later over sneeuwvelden langsheen de kleine mooie bergmeertjes ten noorden van Kyrkja. KyrkjaHet zicht op deze berg is hier langs alle kanten echt om in te kaderen. Een eind verder was ik tot op het brede zadel bovenaan Visdalen uitgestegen en begon nu de gestage afdaling dit dal in. Het is een breed opgezet dal dat vanuit het noorden diep in Jotunheimen doordringt. Dieper in het dal kwam ik aan de rivier terecht met een mooie terugblik op Visbretind en zijn gletsjer met aan de andere kant nog steeds het fraaie zicht op Kyrkja. Hier verliet ik nu het pad dat aan de overkant van de rivier verder liep. Ik vervolgde nu mijn weg langsheen de linkerkant van de rivier om een eind verderop naar links het dal uit te klimmen naar een zijdal waarin Tverrbytnede (1540m) verborgen ligt. Er liep geen route naar dit zijdalletje. In het dal aangekomen ging het plots enkel maar over sneeuw verder en al snel kam ik bij het meer uit.

Enkel vooraan op het meer waar de rivier uit het meer kwam gevloeid lag geen ijs meer. Ik stak de rivier probleemloos over via rotsblokken die net uit het water staken om een stukje hogerop mijn tarp op te stellen op een iets hellende plek met een fraai zicht over het meer en Midtre Tverrbottind (2106m) aan de overkant. Er was nergens een goeie bivakplek te vinden en deze plek was de enige waar het toch kon lukken. Eigenlijk kon ik even goed zonder tarp hier gaan overnachten maar ik verwachtte weer een ijskoude heldere nacht. Onder de tarp lag ik zo zeker wat beter beschut tegen de nachtelijke uitstraling. Toen de tarp recht stond bestudeerde ik de drie kleine gletsjers op de flanken van Søre Tverrbottind (1971m). Ik wilde deze avond de Tverbottinden gaan beklimmen en de enige manier om dat te doen was via één van deze kleine gletsjers. Op een piepklein stukje bloot ijs na lag alles nog bedekt met sneeuw. Er leken mij niet dadelijk crevasses in deze gletsjers verborgen te liggen, maar je kan natuurlijk nooit weten.

Jonges toch!

Tverrbytnede en Store BukkeholstindIk probeerde een uurtje te slapen op mijn matje wat me net niet lukte en pakte dan mijn pickel bij de hand om op weg te trekken. Mijn stijgijzers nam ik niet mee. Over sneeuw en een morenewand kwam ik aan de voet van de gletsjers uit. Ik besloot om de middelste gletsjer te nemen. De rechtse was te steil om zonder stijgijzers aan op te geraken en op de linkse kon ik sporen van enkele nauwe crevasses ontwaren. Ik klom de gletsjer op en bleef zo dicht mogelijk bij de linkerkant zodat ik eigenlijk over de overhangende sneeuwlaag klom en niet echt boven de gletsjer zelf. Snel kwam ik zo op de kam terecht met ineens schitterende zichten naar het zuiden en op Kyrkja. De bultige kam met ondermeer Søre Tverrbottind (1971m) erin vervolgde ik dan westwaarts om dan de woeste zuidoostgraat van Midtre Tverbottind aan te vallen. Top van Midtre TverrbottindOp handen en voeten klom ik steil over de blokkenzee naar boven en dat was bij momenten best niet eenvoudig. Hogerop werd het terrein toch wat vriendelijker (lees kleinere blokken), ook al was dat relatief. Een heel stuk hoger kwam ik dan aan de sneeuwkap aan die op het zuidelijke gedeelte van het topplateau van deze berg ligt. Net als op Glittertind ligt er een sneeuwkap op deze berg, maar ze is wel kleiner en minder dik dan op Glittertind. Erg steil klom ik met behulp van mijn pickel en met treden hakkend in de steile sneeuwhelling op het sneeuwplateau uit. De top van de berg lag nu nog een heel eind noordelijker. Over de sneeuw en later over een woestenij van rotsen bereikte ik de top met de zon dan reeds dicht bij de horizon.

360° panorama Midtre Tverrbottind (2151m)