Jotunheimen, wa is da?
Jotunheimen is een alpien en dus vergletsjerd berggebied met vele bergmeren en beslaat een oppervlakte van zo’n 3500km² centraal in het zuidelijk gedeelte van Noorwegen. De naam betekent iets als “huis der reuzen”. Dit wijst in tegenstelling tot wat je bijna overal leest niet op de bergen. De exacte betekenis van de naam ligt dieper. Het gebied werd pas voor het eerst echt verkend rond het midden van de 19de eeuw tijdens de culturele revolutie die de Noren toen kenden na 400 jaar Deense overheersing en waarbij enkel werd vastgehouden aan datgene wat echte Noorse wortels had. Voor sommigen vormde de wilde bergnatuur die wortels. Het was Aasmund Olavsson Vinje (1818-1870) die als één van die pioniers zich in Jotunheimen terugtrok. In 1861 dook de naam Jøtunheimen voor het eerst op in één van zijn poetische teksten, een naam die hij afleidde van de mythe van Jotun, de reuzentrollen die zich volgens de oude volksverhalen hier hoog en afgelegen in de bergen zouden hebben opgehouden. Ondermeer de reden waarom het gebied vroeger zo lang gemeden is geweest.
(Bij het klikken op de kaart: heb geduld, het laden kan afhankelijk van je internetverbinding wat tijd in beslag nemen. Om kaart terug te sluiten scroll naar de rechterbenedenhoek en klik op het kruisje.)
Op een kaart van Noorwegen is Jotunheimen gemakkelijk terug te vinden als je de Sognefjord (de langste fjord van Noorwegen) landinwaarts volgt. Op het einde van de fjord begint Jotunheimen. De hoogste bergen van Noord-Europa zoals Galdhøpiggen (2469m) en Glittertind (2465m) bevinden zich hier. Het merendeel van Jotunheimen draagt sinds 1980 de status van nationaal park en is zowat uitgegroeid tot het populairste nationaal park in Noorwegen wat wandelactiviteiten betreft. De wandeling over de Beseggengraat is ondermeer met jaarlijks 35000 tot 40000 wandelaars het meest belopen pad in Noorwegen en Galdhøpiggen behoort met zo’n 40000 mensen die jaarlijks de top bereiken tot één van de drukste bergtoppen in Europa. Toch is het niet overal zo druk in Jotunheimen. Er zijn nog vele dalen in het zuiden en westen die weinig wandelaars weten te vinden.
Wandelroutes, hutten en bivakkeren
Het gebied kent dus een vrij dicht wandelroutenet dat verzorgd wordt door DNT (Den Norske Turistforening). De goed onderhouden wandelroutes worden traditioneel gemarkeerd door een stapel stenen (de zogenaamde steenmannetjes) en een rood geverfde T. Er zijn echter ook oude, minder duidelijke routes die niet meer door DNT worden verzorgd en door afgelegen en vaak ruwer terrein lopen. Op de 2 grootste meren (Gjende en Bygdin) zijn er dagelijkse bootverbindingen zodat je meteen diep in het gebied kan doordringen.
DNT beheert ook de meeste berghutten centraal in het gebied. Zij worden onderverdeeld in 3 categoriën:
- Bemande hutten (Gjendesheim, Gjendebu, Glitterheim, Fondsbu, Skogadalsbøen, Fannaråkhytta): Dit zijn de traditionele gasthutten waar je op basis van half pension kan overnachten en je ’s morgens een lunchpakket voor onderweg kan meenemen. Je kan er ook een middagmaal krijgen of wat koeken of iets dergelijks kopen. Overnachting vindt plaats in kamers met 2 tot 4 bedden. Er is stroom en douches. Let wel, er zijn 2 hutten, namelijk Fannaråkhytta en Skogadalsbøen waar de bevoorrading grote inspanningen vraagt. De Fannaråkhytta heeft ook geen douches. De middagmalen bestaan hier maar uit een beperkt aantal pannenkoekjes en cake. Als de dagvoorraad op is dien je het met een pak koekjes of chips te doen. Soms is er zelfs gewoon geen middagmaal te krijgen. In de andere hutten is dit echter allemaal geen probleem. DNT-leden genieten een korting op de overnachting waarbij je vanaf 4 overnachtingen je lidgeld hebt gerecupereerd. De prijzen kunnen lichtjes verschillen met de prijzen die op de DNT-website vermeld staat. Als DNT-lid betaal je rond 400 NOK voor een overnachting op basis van half pension. Bij sommige hutten mag je ook tegen een kleine vergoeding (rond 35 NOK voor DNT-leden, 50 NOK voor niet-leden) je tentje opstellen nabij de hut en van de hutfaciliteiten gebruik maken. Anders dien je minstens op 250m van de hut te bivakkeren.
- Zelfbedieningshutten (Olavsbu en Ingjerdbu): Dit zijn hutten waar tijdens de zomer meestal een waard aanwezig is. Er worden geen maaltijden geserveerd, maar je kan er wel je eigen potje koken of (duur) voedsel kopen (van koeken, blikken groenten en fruit tot knorr-achtige pastamaaltijden).
- Onbemande hutten (Stølsmaradalen en Vormeli): Dit zijn hutten zonder waard en waar je geen voedsel kan kopen. Er is naast brandhout voor het houtvuur ook gas aanwezig om zelf je potje te koken op een gasvuur. Je dient je overnachting of dagbezoek meestal contant te betalen in de aanwezige pot.
Er bevinden zich ook zo’n 14 private berghutten in Jotunheimen (Turtagro, Sognefjellshytta, Krossbu, Leirvassbu, Juvashytta, Spiterstulen, Vetti Gard, Tyinholmen, Eidsbugarden, Torfinnsbu, Bygdin, Memurubu en Bessheim) die dus niet worden gerund door DNT. Buiten Memurubu bevinden zij zich allemaal buiten de grenzen van het nationaal park. In sommige private hutten kan je ook korting krijgen als je lid bent van DNT, echter niet bij alle hutten. Het zijn, op uitzondering van Vetti Gard en Torfinnsbu, eigenlijk echte berghotels met alle luxe en je kan je er dus navenant ook kreupel betalen. Bij deze private hutten mag je met de tent niet in het zicht van de hut bivakkeren. Bij Spiterstulen is er wel een marginale campingweide waar je voor ongeveer 50 NOK wel je tentje mag neerpoten en van de hutfaciliteiten gebruik maken. Als je niet overnacht in een private hut kan je er nog wel een middagmaal nemen (stelt bij sommige private hutten niet veel voor) en misschien als je wat onderhandelt (wat bij mij geen enkel probleem was bij Torfinnsbu) mag je ’s avonds ook mee aan tafel aanschuiven.
Tot slot zijn er voor de volledigheid ook 3 noodhutjes (Skagastølsbu in Hurrungane aan de voet van Store Skagastølstind, Nøgla nabij Leirvassbu en Storådalsbue tussen het Langevatnet en Gjendebu). Dit zijn kleine hutjes zonder voorzieningen waar je slechts met een handvol personen kan overnachten. Soms is er een tafeltje en enkele bankjes, maar niet veel meer dan dat.
Uiteraard mag er ook vrij gebivakkeerd worden met tent (of tarp) naar het Allemansrätt op voorwaarde dat je op de vooropgestelde afstand van gebouwen en hutten blijft, de natuur niet onnodig verstoort, geen kampvuur maakt en geen afval achter laat.
Hoe Jotunheimen bereiken?
Wie met de auto gaat zal zijn weg zelf wel kunnen vinden veronderstel ik. Hou er wel rekening mee dat je met de auto niet dicht bij het nationaal park kan komen. Er zijn wel enkele parkings dicht bij het nationaal park (o.a. Gjendesheim en Spiterstulen), maar deze zijn betalend zodat je er dus je auto niet kan achterlaten voor meerdere dagen, tenzij je een miljonair bent.
Met het openbaar vervoer vlieg je eerst naar Oslo. Op de luchthaven Oslo Gardemoen kan je dan de lokale trein naar Oslo nemen (85 NOK). Er is ook een snelle trein maar daar betaal je 160 NOK voor. Eens in Oslo aangekomen neem je de busexpressen (www.nor-way.no). Dit zijn bussen die over lange afstanden doorheen Noorwegen reizen. Je hoeft niet op voorhand te reserveren en betalen kan gewoon op de bus. Is de bus vol dan zet men er een tweede in. De beste optie vormt de Valdresekspressen (lijn 160-161) waarmee je via Fagernes en Beitostølen in het oosten van Jotunheimen aankomt te Bygdin en Gjendesheim. Prijs bedroeg 325 NOK voor een enkele rit. Vanaf 2 personen of meer geniet je ongeveer 10% korting. Je kan met deze lijn ook eventueel meteen in het zuiden en westen van Jotunheimen geraken (kost wel pak meer en lange reistijd). Om in het noorden van Jotunheimen te komen dien je de Nordfjordekspressen (lijn 147) te nemen. Daarmee reis je voor 470 NOK naar Lom alwaar je de lokale bus naar Juvashytta of Spiterstulen kan nemen (beiden nog eens 60 NOK).
Voor de Nordfjordexpressen vormt de trein (www.nsb.no) tot Otta een goedkoper alternatief, tenminste als je een minipris ticket kan bemachtigen. Deze kosten 199 NOK en dienen zowat minstens 3 maanden op voorhand gereserveerd te worden. Voordeel is dat je dan ook meteen vanuit de luchthaven naar Otta kan treinen. Vanuit Otta zal je dan nog wel weer een stukje met de Nordfjordekpressen naar Lom moeten reizen (110 NOK) en van daaruit één van eerder vermelde lokale bussen moeten nemen. Belangrijk om weten is dat de bussexpressen slechts tot half september rijden.
Een weerjaar in Jotunheimen
De winter duurt 6 maanden lang in Jotunheimen, van november tot en met april. Het vriest er dan permanent, soms tot -20°c en meer en aan het einde van de winter is de sneeuwlaag meestal aangedikt tot meer dan 2m.
De lente begint pas in mei wanneer de temperaturen overdag weer boven het vriespunt uitkomen. De sneeuwlaag begint langzaam te smelten, maar wordt vaak weer aangedikt door nieuwe sneeuwval. April en mei zijn trouwens de meest geschikte maanden om te tourskiën in Jotunheimen. Juni is de maand waarin de sneeuw pas massaal begint weg te smelten. Rivieren zwellen aan tot woeste kolkende stromen. De lager gelegen meren als Gjende en Bygdyn worden ijsvrij. Tegen eind juni/begin juli is de sneeuw dan zodanig weggesmolten dat de lager gelegen dalen sneeuwvrij komen te liggen, maar hogerop ligt nog steeds veel sneeuw en de hoger gelegen meren zijn nog vrijwel volledig met ijs bedekt.
Pas in juli begint de zomer in Jotunheimen en deze duurt slechts 2 maanden. De dagen duren lang. Begin juli gaat de zon onder rond 23u lokaal en komt weer boven de horizon rond 4u. ’s Nachts wordt het dan niet helemaal donker en er is te veel licht voor een sterrenhemel. Een lange periode mooi stabiel weer is even normaal dan een lange periode wisselvallig weer met elke dag wel wat regen afgewisseld met wat opklaringen. Temperaturen liggen overdag meestal rond 10°c, zelden hoger dan 15°c ondanks dat de zon genadeloos hard kan branden. ’s Nachts koelt het nauwelijks af door de korte nacht. Toch kan lichte nachtvorst nog optreden, voornamelijk tijdens onbewolkte nachten met weinig wind. De meren verliezen geleidelijk hun ijs, meer en meer dalen worden vrijwel sneeuwvrij, maar hogerop blijven de gehele zomer lang nog sneeuwvelden liggen. Op de hoogste toppen flirten de temperaturen met het vriespunt en valt neerslag eerder onder de vorm van sneeuw dan regen. In een uitzonderlijke keer kan het ook wel eens sneeuwen tot in de dalen, maar deze smelt snel weer weg. Naar het einde van augustus toe komt de zomer op zijn einde en verschijnen al de eerste herfstkleuren. De nachten worden weer een stuk langer, nachtvorst treedt vaker op en de hogere toppen kunnen al weer langer wit worden.
September en oktober zijn de herfstmaanden. Nachtvorst is weer een algemeen verschijnsel geworden, de bergen krijgen weer een dunne sneeuwlaag die niet meer wegsmelt, zich alsmaar lager uitbreidt en in oktober ook in de dalen blijft liggen. Het wordt weer donker en de lange winter is alweer begonnen.
Trekken in Jotunheimen doe je dus best in juli en augustus. Voor de gokkers kunnen september en soms oktober ook nog mooie omstandigheden bieden, maar de hutten sluiten zich alweer in de loop van september en het risico op koud weer en sneeuw wordt groot. Tijdens andere maanden kan wandelen in Jotunheimen een moeilijke opdracht zijn en heb je sneeuwschoenen nodig.
Meer weerinfo vind je op senorge.no en met.no.
Kaartmateriaal
Er bestaan stafkaarten op schaal 1:50 000 uitgegeven door het Noorse Statens Kartverk en welke je eenvoudigweg online kan raadplegen, maar beter op terrein zijn de Turkarten van Ugland It Group. Het gaat om twee kaarten, Jotunheimen Aust en Jotunheimen Vest, eveneens op schaal 1: 50 000. Deze kaarten zijn in België en Nederland gemakkelijk te vinden. Er circuleert ook één kaart met schaal 1:100 000 die gewoon een verkleining is van de twee turkarten. Naar mijn beoordeling kan je deze even goed gebruiken. Zij beslaat trouwens nog een groter gebied rondom de rand van Jotunheimen in tegenstelling tot de twee turkarten, maar is in België en Nederland moeilijk te vinden.
Tussen twee belangrijke punten staan op deze kaarten ook de wandeluren vermeld. Enkele personen die al vaak in Noorwegen hadden rondgewandeld hebben me verteld dat deze tijden enkel haalbaar zijn voor snelle wandelaars met een dagrugzakje en dat iemand met zware trekkingrugzak deze tijden best met 1,5 vermenigvuldigt. In realiteit echter kon ik ongeveer de tijden lopen die op de kaarten vermeld staan, inclusief pauzes. Naar het einde toe was ik zelfs vaak sneller. Maar het blijkt dat ik een snelle wandelaar ben. Wie dus van zichzelf weet geen snelle jan te zijn kan misschien best rekening houden met de 1,5-regel.
Nog enkele nuttige links
- Morten Helgesen - fotograaf en auteur van enkele prachtige klim- en fotoboeken over Jotunheimen. Op zijn site vind je eveneens prachtige foto’s terug en beschrijvingen van wandelroutes en beklimmingen. Helaas maakt hij geen Duitstalige pagina’s meer en moet je het vaak met het Noors doen.
- Nasjonalparkriket - Info over Jotunheimen Nationaal Park.
- Visitjotunheimen - Toeristische informatie over Jotunheimen en de aangrenzende gebieden.
- Turplanlegger - Informatie over DNT-routes.
- Trekkingverslag uit juli 2001 van Henk Nouws.
- Trekkingverslag van een anonieme Duitser met eveneens schitterende maar wel verouderde practische info.
Mijn Foto’s
Bekijk al mijn foto’s van de tocht in de fotostream (klik op de i in de foto als je de beschrijving wil zien). Pas wel op! Het zijn er meer dan 500.
De Paklijst
Als je wil weten wat ik allemaal mee sjouwde, klik hier.


























































